Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

TAMB160 - Van een Boots-gesel die tegen de Kerck ghepist hadde.

Een mop (kluchtboek), 1659

Hoofdtekst

Van een Boots-gesel die tegen de Kerck ghepist hadde.
Een Hollandts Boots-gesel wesende in Polen, komende in een Kercke daer een Pape sat en hoorde een biechte; de boodts-gesel liet hem van verre een Poolsche daelder sien, de Paape begon daer op te vlammen, en maeckte het soo kort als hy konde, om sijn biecht-kinderen af te schepen, en om de boodts-gesel by hem te krijghen; hy dede sijn bichte op sijn maniere, en seyde: Heer-oom, ick hebbe my eens grootelijcks te buyten ghegaen, ick hebbe eens teghen de Kercke ghepist, dat is heel qualijck gedaen, seyde de Pastoor, so ghy [p. 149] het tot kleyn-achtinghe van de Kercke hebt ghedaen, en u de noodt daer niet toe ghedronghen heeft: Och neen Pastoor, seyde hy, het was door groote noot, om dat ick anders geen gelegentheyt en hadde, so is 't een kleyne sake, seyde de Pastoor, vlammende ondertusschen op de Daelder, 't is wel gebeurt dat ick van noots wegen achter't Altaer ghescheeten hebbe, en hem hier van gevende Absolutie; De boots-gesel gaf hem doen in de plaets van een Daelder een Oortjen. De Paep dat siende, seggende, gaet heen du pisser: Hy wederom antwoorde, en seyde, bruy du dijn Moer, du schijter, en ginck sijns weeghs.

Beschrijving

Een bootsman wil biechten en laat de pastoor een rijksdaalder zien. Hij vertelt dat hij wel eens zulke grote nood had dat hij tegen de kerk heeft geplast. De pastoor, gefixeerd op het geld, zegt dat het niet erg is; hij heeft weleens achter het altaar gepoept. Daarop gaat de bootsman weg en geeft de pastoor slechts een oortje.

Bron

Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen

Commentaar

1659
Een oortje is ongeveer een cent waard.

Naam Locatie in Tekst

Hollands [Hollandts]    Hollands [Hollandts]   

Polen    Polen   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22