Hoofdtekst
Van een Boer die twee Studenten kluchtigh antwoordt gaf.
Twee jonghe Studenten met malkander uyt wandelende, saghen een Boer sijn behoef doen, en wedden teghens malkander, als die Boer sijn werck ghedaen hadde, dat hy daer nae om sien soude, als hy deden. Sy by hem komende vraeghden hem, waerom hy dat dede, of hy den strondt een anghst of [p. 170] jaghen wilde, als of hy hem weder op vreten woude? De Boer seyde neen, maer ik sag daer twee jonge maets aen komen, ick besagh of het oock ghenoegh was voor twee sulcke jonghe maets, anders woude ick het verbetert hebben.
Twee jonghe Studenten met malkander uyt wandelende, saghen een Boer sijn behoef doen, en wedden teghens malkander, als die Boer sijn werck ghedaen hadde, dat hy daer nae om sien soude, als hy deden. Sy by hem komende vraeghden hem, waerom hy dat dede, of hy den strondt een anghst of [p. 170] jaghen wilde, als of hy hem weder op vreten woude? De Boer seyde neen, maer ik sag daer twee jonge maets aen komen, ick besagh of het oock ghenoegh was voor twee sulcke jonghe maets, anders woude ick het verbetert hebben.
Beschrijving
Twee studenten zien een boer zijn behoefte doen. Zij vragen zich af als de boer klaar is of hij dan naar zijn eigen hoop gaat kijken.
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22