Hoofdtekst
Van een Vryster die haer billen liet.
Een jonge Dochter gaende eens over een Vestingh daer een Moole stondt, die, soo haer docht, wat snel om liep, en sy den Moolenaer siende, vraeghde hem, hoe die Moole soo ras omme konde loopen, met soo weynigh koelte? De Moolenaer gaf haer voor antwoordt, dat komt dat sy gebilt is, en waert ghy oock gebilt, ghy soud oock wel rasser gaen; Sy seyde, wat kost dat billen? De Moolenaer seyde, vijtehalve stuyver, Sy seyde daer is ses stuyvers, bilt my oock een reys; Hy ginck met haer op de Moole, ende bilde haer een reys, en haer dit wel aenstaende, seyde sy teghens hem, ick hebbe u twee blancken over gegeven, bild my oock daer soo veele voor als ghy tuygen kondt? De Mulder seyde, so moet ghy soo langhe wachten dat ick mijn Bil hamer wat ghescharpt hebbe; Wel, ick sal soo langhe wachten, seyde sy, Hy ondertusschen maeckte sijn Bil hamer scharp, so hy best konde, en trock weer aen 't billen; Sy vernemende dat de Hamer soo wel niet bilde, als de eerste mael, seyde: De Mulders zijn boeven, sy [p. 171] willen voor twee blancken soo veel niet billen, als voor vijftehalve stuyver.
Een jonge Dochter gaende eens over een Vestingh daer een Moole stondt, die, soo haer docht, wat snel om liep, en sy den Moolenaer siende, vraeghde hem, hoe die Moole soo ras omme konde loopen, met soo weynigh koelte? De Moolenaer gaf haer voor antwoordt, dat komt dat sy gebilt is, en waert ghy oock gebilt, ghy soud oock wel rasser gaen; Sy seyde, wat kost dat billen? De Moolenaer seyde, vijtehalve stuyver, Sy seyde daer is ses stuyvers, bilt my oock een reys; Hy ginck met haer op de Moole, ende bilde haer een reys, en haer dit wel aenstaende, seyde sy teghens hem, ick hebbe u twee blancken over gegeven, bild my oock daer soo veele voor als ghy tuygen kondt? De Mulder seyde, so moet ghy soo langhe wachten dat ick mijn Bil hamer wat ghescharpt hebbe; Wel, ick sal soo langhe wachten, seyde sy, Hy ondertusschen maeckte sijn Bil hamer scharp, so hy best konde, en trock weer aen 't billen; Sy vernemende dat de Hamer soo wel niet bilde, als de eerste mael, seyde: De Mulders zijn boeven, sy [p. 171] willen voor twee blancken soo veel niet billen, als voor vijftehalve stuyver.
Beschrijving
Een jonge vrouw ziet een molen heel snel lopen en vraagt de molenaar hoe dat kan met zo weinig wind. Hij antwoordt dat de molen gebild is en dat zij ook wel sneller zou zijn als ze gebild zou zijn. Daar heeft ze wel oren naar en betaalt de molenaar om haar te billen.
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Billen: groeven in een molensteen scherpen.
Dit verhaal komt ook in liedvorm voor:
Opname 1980, Onder de groene linde: https://www.liederenbank.nl/liedpresentatie.php?zoek=76766&lan=nl
Vgl.
https://books.google.nl/books?id=XxmVfFZh73QC&pg=PP3&dq=%22Op+een+vrolyke+wys%22&hl=en&newbks=1&newbks_redir=0&sa=X&ved=2ahUKEwjH15qXzsaFAxUe_rsIHUu5CXAQ6AF6BAggEAI#v=onepage&q&f=false
en een ander lied met hetzelfde verhaal in een liedboekje uit 1797 https://books.google.nl/books?id=7R9eAAAAcAAJ&pg=PA58#v=onepage&q&f=false
Opname 1980, Onder de groene linde: https://www.liederenbank.nl/liedpresentatie.php?zoek=76766&lan=nl
Vgl.
https://books.google.nl/books?id=XxmVfFZh73QC&pg=PP3&dq=%22Op+een+vrolyke+wys%22&hl=en&newbks=1&newbks_redir=0&sa=X&ved=2ahUKEwjH15qXzsaFAxUe_rsIHUu5CXAQ6AF6BAggEAI#v=onepage&q&f=false
en een ander lied met hetzelfde verhaal in een liedboekje uit 1797 https://books.google.nl/books?id=7R9eAAAAcAAJ&pg=PA58#v=onepage&q&f=false
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22