Hoofdtekst
Munneken ghemaackt van een koe-stront.
Alsoo wy in het voorighe verhaelt hebben van de afkonste der Snijders, soo moet ick u nu oock eens verhalen van de afkomste der Munneken: De Duyvel sulcks ghesien hebbende, dat S. Pieter de Snijders gemaeckt hadde, wilde dat selve nae bootsen, en sagh een [p. 251] Koe-stront ligghen, stiet daer met sijn Voet aen, en seyde Fuat, in plaets van Fiat, en daer quam een Munnik voor den dagh. De Duyvel sagh vreemt toe dat hem dat misselick schepsel so gelijck was, en sagh het met verwonderinge aen, dacht wat sal ick nu met hem beginnen, en seide, ick mach daer een Bedelaer af maecken, gelijck hy dede. En al-hoe-wel het Bedelen een schandaleus dinck is, ick sal 't nochtans metter tijdt noch wel tot een goedt eynde maken, het welck oock geschiede, maeckte de Lieden vroet dat het een heyligh werck was, en dat hy een Heyligh Persoon was, en dat hy ook die gheene was, die haer uit het Vagevuer helpen konde, door Aelmissen, die sy hem toe brachten, waer door hy van de slechte Lieden veel gelts vergaderde, kreegh doen noch seer veel Spits-broeders die hem ghelijck waren, en vermenichvuldichden gelijck de Maeyen in een verrotten Kaes. Doch eyndelick koosen sy de Paus van Romen tot haren Generael, die sy noch ghetrouw zijn als de Byen haren Koning. Daer nae werden sy verdeelt in verscheidene Colonelschappen, als namentlick onder Franciscus ende Augustinus, ende meer andere Ordens, dat al te langh valt te verhalen. Zijn op 't lest so verr gekomen dat sy geheele Lantschappen tot haer besit hebben gekregen, ende hebben aldaer groote Gebouwen ghemaeckt, niet alleen voor haer, maer oock voor haer [p. 252] Hoeren: Dese Renten zijn vry afgheslaghen, door de komste van Luyter en Calvinus, hoewel sy in veel plaetsen noch groot gesag hebben, als blijckt in Brabandt, ende meer plaetsen daer haer Hane Koninck is.
Alsoo wy in het voorighe verhaelt hebben van de afkonste der Snijders, soo moet ick u nu oock eens verhalen van de afkomste der Munneken: De Duyvel sulcks ghesien hebbende, dat S. Pieter de Snijders gemaeckt hadde, wilde dat selve nae bootsen, en sagh een [p. 251] Koe-stront ligghen, stiet daer met sijn Voet aen, en seyde Fuat, in plaets van Fiat, en daer quam een Munnik voor den dagh. De Duyvel sagh vreemt toe dat hem dat misselick schepsel so gelijck was, en sagh het met verwonderinge aen, dacht wat sal ick nu met hem beginnen, en seide, ick mach daer een Bedelaer af maecken, gelijck hy dede. En al-hoe-wel het Bedelen een schandaleus dinck is, ick sal 't nochtans metter tijdt noch wel tot een goedt eynde maken, het welck oock geschiede, maeckte de Lieden vroet dat het een heyligh werck was, en dat hy een Heyligh Persoon was, en dat hy ook die gheene was, die haer uit het Vagevuer helpen konde, door Aelmissen, die sy hem toe brachten, waer door hy van de slechte Lieden veel gelts vergaderde, kreegh doen noch seer veel Spits-broeders die hem ghelijck waren, en vermenichvuldichden gelijck de Maeyen in een verrotten Kaes. Doch eyndelick koosen sy de Paus van Romen tot haren Generael, die sy noch ghetrouw zijn als de Byen haren Koning. Daer nae werden sy verdeelt in verscheidene Colonelschappen, als namentlick onder Franciscus ende Augustinus, ende meer andere Ordens, dat al te langh valt te verhalen. Zijn op 't lest so verr gekomen dat sy geheele Lantschappen tot haer besit hebben gekregen, ende hebben aldaer groote Gebouwen ghemaeckt, niet alleen voor haer, maer oock voor haer [p. 252] Hoeren: Dese Renten zijn vry afgheslaghen, door de komste van Luyter en Calvinus, hoewel sy in veel plaetsen noch groot gesag hebben, als blijckt in Brabandt, ende meer plaetsen daer haer Hane Koninck is.
Beschrijving
De duivel heeft gezien hoe Sint Pieter een kleermaker uit mensenstront heeft gemaakt en wilde dat ook weleens proberen. Hij doet het echter met koeienstront, gebruikt het verkeerde woord en creëert zodoende een monnik. De duivel weet niet wat hij ermee moet en maakt er een bedelaar van in de hoop dat er nog iets goeds uit kan komen. In de loop der tijd komen er steeds meer monniken, kiezen ze de paus als leider, ontstaan er verschillende kloosterorden en krijgen ze land en gebouwen in hun bezit waar ze niet alleen zelf wonen, maar ook onderdak bieden aan hun minnaressen.
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Naam Overig in Tekst
Sint Pieter [Petrus]   
Franciscus   
Augustinus   
Luther [Luyter]   
Calvijn [Calvinus]   
Naam Locatie in Tekst
Brabant [Brabandt]   
Rome [Romen]   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
