Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

TAMB260 - Van een behendige Boer.

Een mop (kluchtboek), 1659

Hoofdtekst

Van een behendige Boer.
Een seecker Boer, hebbende een Vrouwe, de welcke heel kranck was, ginck met haer water by een Doctor, begeerende of hy dat eens besien wilde, en hem segghen wat sijn Vrouwe scheelde: De Doctor over Maeltijdt sittende, seyde teghens de Boer, gaet daer een weynigh sitten, ick sal u datelick voort helpen, en begonste hem voort te vraeghen waer het sijn Vrouw hieldt, en of sy al Stoel-ganck hadde: De Boer antwoorde en seyde, wy hebben gheen Stoelen, wy sitten op Blucken; De Doctor begon te lacchen, e seyde, du plompaert, ick meen of sy oock schijtten can: schijtten is dat oock drijtten seyde de Boer: Iae seyde de Doctor schijtten is het; Wel dan, sprack [p. 259] de Boer, sy scheet gister avondt noch stucken soo groot als dat Vleesch dat daer op de Tafel staet: Dat vreet seyde de Doctor: Ick bedanck u Heer Doctor, ick hebbe van daghe noch niet ghevreeten, greep het Vleesch van de Tafel, en at het op.

Beschrijving

Een boer komt bij een dokter om raad te vragen voor zijn zieke vrouw. De dokter is net aan het eten en vraagt hoe het met de stoelgang van de vrouw is. De boer antwoordt dat ze geen stoelen hebben. De dokter vraagt nogmaals of de vrouw kan poepen en de boer zegt dat ze gisteren nog gepoept heeft en het er net zo uitzag als het vlees van de dokter. De dokter zegt dat die ontlasting maar opgegeten moet worden, en de boer denkt dat hij wordt uitgenodigd voor het eten en eet al het vlees op.

Bron

Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen

Commentaar

1659

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22