Hoofdtekst
Van een Wijf dat voor de Scholte badt.
Een oude Vrouwe daghelijcks in de Kerck sittende, badt gheduyrigh dat haer Scholte doch een langh leven hebben mochte? De Scholte sulcks ter ooren komende, liet de Vrouwe ten Eeten nooden, en sy met hem aen de Tafel sittende seyde sy; Mijn Heer, hoe hebbe ick dit aen u verdient. De Scholte seide ghy verdient het daghelicks aen my, soo ick hoore van andere segghen, en nu wilde ick gheerne weten wat deught ick u bewesen heb, dat ghy my soo bemindt: Waer op sy seide, gantschelick niet mijn Heer; maer de reden zijn dese, ick hebbe u Groot-vader als Scholte hier ghekent, dat was een Man die niet en deuchde, en oock u Vader, die noch slimmer was, en ghy mijn Heer, bent de eerlooste stucke Boefs die op aerden leeft, en nu bidde ick om u langh leven, vreesende dat'er noch slimmer komen mochte.
Een oude Vrouwe daghelijcks in de Kerck sittende, badt gheduyrigh dat haer Scholte doch een langh leven hebben mochte? De Scholte sulcks ter ooren komende, liet de Vrouwe ten Eeten nooden, en sy met hem aen de Tafel sittende seyde sy; Mijn Heer, hoe hebbe ick dit aen u verdient. De Scholte seide ghy verdient het daghelicks aen my, soo ick hoore van andere segghen, en nu wilde ick gheerne weten wat deught ick u bewesen heb, dat ghy my soo bemindt: Waer op sy seide, gantschelick niet mijn Heer; maer de reden zijn dese, ick hebbe u Groot-vader als Scholte hier ghekent, dat was een Man die niet en deuchde, en oock u Vader, die noch slimmer was, en ghy mijn Heer, bent de eerlooste stucke Boefs die op aerden leeft, en nu bidde ick om u langh leven, vreesende dat'er noch slimmer komen mochte.
Beschrijving
Een vrouw bidt dagelijks voor de schout dat hij een lang leven mag hebben. De schout vraagt waarom zij dat doet. Ze zegt dat zijn vader en grootvader niet deugden, hij nog erger is en dat ze bang is dat de volgende generatie nog veel slechter zal zijn.
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22