Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

SPINR002 - Die evangelien vanden spinrocke

Een sage (boek), 1510 - 1519

Default_a_thief_punished_in_fiery_purgatory_medieval_1.jpg
496.jpg

Hoofdtekst

¶ Die ordinancie vander eerster dachvaerde van Ysengrine,
140 ende hoedanich si was.
¶ Des maendaechs omtrent den .vij. ende .viij. uren na den
avontmael, so vergaderden die voerscreven ses vrouwen alle die
gebueren die ghewoenlijc waren te comen, ende meer ander die
daer op ghenoodt waren om taenhoren dat misterium ende werck
145 datmen daer doen soude.
¶ Vrou Ysengrine quam daer verselscapt met vele van harer
kennissen, die alle mit hem brachten haer spinrocken, vlas,
spillen, standaerden, haspelen ende wes si daer toe meer behoeven
mochte. Ende metten corsten gheseyt: het sceen een merct
150 te wesen, daermen niet dan woerden ende redenen vercoft van
cleinen effecten ende waerden. Den stoel van vrou IJsegrine was
geset ter eenre siden, wat hoger dan der andere stoel, ende den
minen daer neffens, ende voer mi een rondeel, daer op een lampe
om mi mede te lichten. Ende alle dander hadden daensichte te
155 vrou Ysegrijn waert, die welcke begonste te segghen in deser
manieren... Maer al eer ic beginne haer capittelen te scriven, so
wil ic vertellen haren staet ende haren afcoemst. Vrou Ysegrine
was oudt .lxv. jaren oft daer omtrent, ende hadde een scoon
wijf gheweest in haren tijt. Maer si was seer verrompen, si
160 hadde dye oghen hol ende dien mont groot ende wijdt. Si hadde
ghehadt vijf mans, behalven die si hadde ghehadt ondertusschen.
Sy behalp haer in haer oude daghen met jonghe kinderen op te
houden, maer in haer joncheit hielt si groote kinderen op. Sy
was konstich in veel dinghen. Haer man was jonck ghenoech, daer
165 om dat si sijnder seer jaloers was, ende haers dies menichwerven
beclaechde haren ghebueren.
¶ Hier beghinnen die capittelen van vrou Ysegrinen evangelien
opten maendach.
"Mijn lieve geburen ende geselscap. Daer en is niemant van u, hi
170 weet wel, dat ic Loeske, mine man, meer nam om sijn scoonheit dan
om sijns goets wille, want het was een scamel geselle. Ic en
hebs gisteren noch huden niet gesien. Voerwaer, hy heeft grote
neringhe metten goede dat mijn ander mans besuert hebben. Ic
geloven, datter mi die doot in bringen sal. Tot die propoeste
175 seg ic voer mijn eerste capittel, also waer als devangelie
is: een man die onbehoirliken overbrenct ende verteert sijns
wijfs goet sonder haren danc ende oerlof, hi salder reden af
geven voer God gelijc van gestole goet." (Glose) Op dat capittel
seide een ouder matrone, gehieten Griele: "Voerwaer, die man die
180 tegen dat capittel doet, is na sijnre doot int vegevier vanden
quaden mans vol bernende solfers, hien hevet ghebetert met
penitentien in deser werlt van gasthuys tot gasthuyse."

Beschrijving

Maandag, eerste kapittel. Rondom vertelster Ysengrin en de schrijver hebben zich veel vrouwen verzameld. De vrouw begint met het eerste kapittel door een vergelijking te maken met haar eigen man.
Een man die zich onbehoorlijk gedraagt en bovendien de spullen van zijn vrouw verkwist zonder haar goedkeuring en zonder haar daarvoor te bedanken, moet zich voor God verantwoorden als een dief. De man die zijn leven niet in deze wereld al betert, zal in het vagevuur belanden.

Bron

G.J.Boekenoogen (ed.): Die evangelien vanden spinrocke. 's-Gravenhage 1910 (facsimile)

Commentaar

ca. 1520
Zie onder Beeld voor een houtsnede.

Naam Overig in Tekst

Ysegrine    Ysegrine   

Loeske    Loeske   

Griele    Griele   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20