Hoofdtekst
¶ Het tweede capittel.
¶ "Daer en is niet sekerder der selver pinen, dan die man die
185 altijt contrarie valt sijnen wive in dat gene, datsi raet of
doen wilt ende wat si seit. In dien hy daer tegens seit, so is
hy valsch, ongetrou ende meynhedich." (Glose) "Voerwaer," seide
Gomberde vander Graft: "Van die daer tegens daden, heb ic ghesien
veel miraculen. Ja, mijn stiefvader bracker sijn been om, om
190 dat hi mijns moeders raet niet ghelooven en woude."
¶ "Daer en is niet sekerder der selver pinen, dan die man die
185 altijt contrarie valt sijnen wive in dat gene, datsi raet of
doen wilt ende wat si seit. In dien hy daer tegens seit, so is
hy valsch, ongetrou ende meynhedich." (Glose) "Voerwaer," seide
Gomberde vander Graft: "Van die daer tegens daden, heb ic ghesien
veel miraculen. Ja, mijn stiefvader bracker sijn been om, om
190 dat hi mijns moeders raet niet ghelooven en woude."
Beschrijving
Maandag, tweede kapittel. Mannen die altijd tegen hun vrouw in gaan of haar niet willen geloven zijn vals, ontrouw en ze plegen meineed. Een van de vrouwen vertelt dat haar stiefvader zijn been brak toen hij haar moeder niet wilde geloven.
Bron
G.J.Boekenoogen (ed.): Die evangelien vanden spinrocke. 's-Gravenhage 1910 (facsimile)
Commentaar
ca. 1520
Naam Overig in Tekst
Gomberde vander Graft   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
