Hoofdtekst
¶ Het derde capittel.
"Een man die sijn wijf slaet, waerom dattet oeck is, en sal
nemmermeer bede hebben an ons lieve Vrouwe, ja, sijn wijf en
vergevet hem." (Glose) Maroye Ployaerde seide op dat capittel dat
195 die gene die zijn wijf slaet, doet also grote sonde als of hi
hemselven bederven woude: "Want na dat ic onse prochiaen heb
horen seggen, so en sijnt maer een lijf vereenicht metten
houwelike."
"Een man die sijn wijf slaet, waerom dattet oeck is, en sal
nemmermeer bede hebben an ons lieve Vrouwe, ja, sijn wijf en
vergevet hem." (Glose) Maroye Ployaerde seide op dat capittel dat
195 die gene die zijn wijf slaet, doet also grote sonde als of hi
hemselven bederven woude: "Want na dat ic onse prochiaen heb
horen seggen, so en sijnt maer een lijf vereenicht metten
houwelike."
Beschrijving
Maandag, derde kapittel. Een man die zijn vrouw slaat, kan zich nooit meer richten tot Onze-Lieve-Vrouwe. De man treft ook zichzelf als hij zijn vrouw slaat, want in het huwelijk zijn ze samen één lichaam.
Bron
G.J.Boekenoogen (ed.): Die evangelien vanden spinrocke. 's-Gravenhage 1910 (facsimile)
Commentaar
ca. 1520
Naam Overig in Tekst
onze lieve Vrouwe   
[Onze-Lieve-Vrouwe]   
[Maria]   
Maroye Ployaerde   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
