Hoofdtekst
¶ Het ix. capittel.
"Men en soude genen jongen meyssens laten eten de hoefden van
scapen, of van hanekammen oft alen, op datsi niet en vallen in
245 Sinte Lupus ongemack." (Glose) "Voer waer," seide Beele mitten Tuten:
"Dat is een groot hinder, want om deswil datter mijn moeder adt, soe
heb icker drie licteiken af behouden, die mi nemmermeer vergaen
en sellen. Teerste, dat ick dicwil op minen rugghe val. Tweeste,
dat ic mi gaerne stote. Tderde, dat ick heymelic gebreck lide."
"Men en soude genen jongen meyssens laten eten de hoefden van
scapen, of van hanekammen oft alen, op datsi niet en vallen in
245 Sinte Lupus ongemack." (Glose) "Voer waer," seide Beele mitten Tuten:
"Dat is een groot hinder, want om deswil datter mijn moeder adt, soe
heb icker drie licteiken af behouden, die mi nemmermeer vergaen
en sellen. Teerste, dat ick dicwil op minen rugghe val. Tweeste,
dat ic mi gaerne stote. Tderde, dat ick heymelic gebreck lide."
Beschrijving
Maandag, negende kapittel. Jonge meisjes mogen geen schapenkoppen, hanenkammen of palingen eten omdat ze dan in onmin geraken bij Sint-Lupus. Omdat haar moeder het toch deed, heeft een van de vrouwen last van vaak op haar rug vallen, graag stoten en een geheim verlangen (seks).
Bron
G.J.Boekenoogen (ed.): Die evangelien vanden spinrocke. 's-Gravenhage 1910 (facsimile)
Commentaar
ca. 1520
Naam Overig in Tekst
Sinte Lupus   
[Sint-Lupus]   
Beele mitten Tuten   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
