Hoofdtekst
315 ¶ Het achtiende capittel.
"Weet voerwaer, dat een man die hem ontgaet in sijn huwelijck
nyet waerdich en is tot eenigher digniteit gecoren te werden,
ende al waert dat hem zijn wijf van den geliken dade, hi waer
een sake van harer beider quaet ende si soude met rechte quijt
320 gewesen werden." (Glose) Vrou Yseret de Corte seide [dat die vrou
die wille dat haer man] geenen anderen vrouwen en verselle, die
doe dri maendagen misse singen van Sinte Anoye: "Ic segge u
certeijn dat die vrouwen van Parijs also haer mans onderhouden."
"Weet voerwaer, dat een man die hem ontgaet in sijn huwelijck
nyet waerdich en is tot eenigher digniteit gecoren te werden,
ende al waert dat hem zijn wijf van den geliken dade, hi waer
een sake van harer beider quaet ende si soude met rechte quijt
320 gewesen werden." (Glose) Vrou Yseret de Corte seide [dat die vrou
die wille dat haer man] geenen anderen vrouwen en verselle, die
doe dri maendagen misse singen van Sinte Anoye: "Ic segge u
certeijn dat die vrouwen van Parijs also haer mans onderhouden."
Beschrijving
Maandag, achttiende kapittel. Als een man zondigt in zijn huwelijk en zijn vrouw doet daarop hetzelfde, dan is de man deels schuldig hieraan en moet de vrouw worden vrijgesproken. Vrouwen die willen voorkomen dat hun man overspel pleegt, moeten drie maandagen de mis van Sint-Anoye zingen.
Bron
G.J.Boekenoogen (ed.): Die evangelien vanden spinrocke. 's-Gravenhage 1910 (facsimile)
Commentaar
ca. 1520
Naam Overig in Tekst
Yseret de Corte   
Sint Anoye   
Naam Locatie in Tekst
Parijs   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
