Hoofdtekst
¶ Het viij. capittel.
"Als die priester misse gesongen heeft, ende enige daer den
outaer gaen cussen, die en behoren vander weken vrou te cussen,
si en hebbense ghetrout." (Glose) "Voer waer," seide daer een
810 oude spinners: "Die daer tegens niet en doen, die en selen geen
gebrec hebben van tantswere oft hoeftswere."
"Als die priester misse gesongen heeft, ende enige daer den
outaer gaen cussen, die en behoren vander weken vrou te cussen,
si en hebbense ghetrout." (Glose) "Voer waer," seide daer een
810 oude spinners: "Die daer tegens niet en doen, die en selen geen
gebrec hebben van tantswere oft hoeftswere."
Beschrijving
Donderdag, achtste kapittel. Mannen die na de mis het altaar kussen, mogen de rest van de week geen vrouwen kussen, tenzij het hun echtgenotes zijn. Kussen ze toch vreemde vrouwen, dan krijgen ze kiespijn en hoofdpijn.
Bron
G.J.Boekenoogen (ed.): Die evangelien vanden spinrocke. 's-Gravenhage 1910 (facsimile)
Commentaar
ca. 1520
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20