Hoofdtekst
¶ Het xij. capittel.
"Men en soude nemmermeer hinnen oft enden eyeren te broeden
1045 setten des vridaechs, want die kieken dier af comen, worden
gaern vanden vogelen of dieren verbeten." (Glose) "Voerwaer,"
seide Maroye Pollaerts: "Ic heb horen seggen, datmen geen eyer en
sal te broeden setten tdaechs voer dat dye mane ontfaet, ende
tsdaechs daer na, want si selden wel eynden."
"Men en soude nemmermeer hinnen oft enden eyeren te broeden
1045 setten des vridaechs, want die kieken dier af comen, worden
gaern vanden vogelen of dieren verbeten." (Glose) "Voerwaer,"
seide Maroye Pollaerts: "Ic heb horen seggen, datmen geen eyer en
sal te broeden setten tdaechs voer dat dye mane ontfaet, ende
tsdaechs daer na, want si selden wel eynden."
Beschrijving
Vrijdag, twaalfde kapittel. Eieren uit laten broeden op vrijdag of de dag voor nieuwe maan loopt niet goed af.
Bron
G.J.Boekenoogen (ed.): Die evangelien vanden spinrocke. 's-Gravenhage 1910 (facsimile)
Commentaar
ca. 1520
Naam Overig in Tekst
Maroye Pollaerts   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
