Hoofdtekst
Een dienstmeisje, dat niet zo ontwikkeld was, was bij een schatrijke familie in dienst. Op een keer zegt mijnheer tegen haar: "Anna, Anna, wat komen je roosjes uit." Hij zei dat later al eens weer enkele malen en toen besloot het meisje mevrouw eens te vragen wat mijnheer daarmee bedoelde.
"Mijnheer zegt maar steeds: 'Anna, Anna, wat komen je roosjes uit.'"
Toen zegt mevrouw tegen haar: "Daar bedoelt mijnheer je buste mee. Je moet er maar niet op letten. Mijn man spreekt altijd in een bloemrijke taal."
Het meisje zegt er direkt overheen: "Dan spreekt mijn vrijer zeker groentetaal. Want die zei gisteravond tegen mij: "Anna, kom hier met je struik andijvie, dan zal ik er een wortel in duwen."
"Mijnheer zegt maar steeds: 'Anna, Anna, wat komen je roosjes uit.'"
Toen zegt mevrouw tegen haar: "Daar bedoelt mijnheer je buste mee. Je moet er maar niet op letten. Mijn man spreekt altijd in een bloemrijke taal."
Het meisje zegt er direkt overheen: "Dan spreekt mijn vrijer zeker groentetaal. Want die zei gisteravond tegen mij: "Anna, kom hier met je struik andijvie, dan zal ik er een wortel in duwen."
Beschrijving
Een onnozel dienstmeisje verbaast zich erover dat de heer des huizes steeds tegen haar zegt dat 'haar roosjes uitkomen'. Als de meid navraag doet bij de vrouw, zegt die dat hij haar borsten bedoelt. Haar man spreekt wel vaker in bloemrijke taal, aldus de vrouw. Hierop zegt de meid dat haar vriend dan vast 'groentetaal' spreekt omdat hij tegen haar zei 'Anna, kom hier met je struik andijvie, dan zal ik er een wortel in duwen'.
Bron
Collectie Jaarsma, verslag 1140, verhaal 1 (archief MI)
Commentaar
6 september 1974
Naam Overig in Tekst
Anna   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
