Hoofdtekst
Vier studenten werden eens uitgenodigd op een damesfuif. Toen hebben die vier studenten met elkaar afgesproken dat degeen die het schuinste van het schuinste kon zeggen, maar op een nette manier, vijf en twintig gulden zou krijgen.
Ze gaan aan het diner. Er wordt soep opgediend. En daar zitten nogal veel verdwaalde beentjes in en die worden op een bordje gelegd.
Ze krijgen aardappelen met doppertjes en worteltjes, maar de oudste student die had een vies worteltje op zijn bord liggen.
Toen zei hij tegen zijn tafeldame: "Is het gepermiteerd dat ik mijn worteltje tussen uw beentjes leg?"
De andere studenten die dachten bij zich zelf: "Nou die heeft het gewonnen."
Er werd tutti-frutti als toespijs opgediend en op één na de oudste student zag een haar op een pruim zitten bij de dame naast hem.
Toen zei hij: "Neemt u mij niet kwalijk, dame, maar er zit een haar op uw pruim."
Affijn, het feest ging verder; er wordt heel wat gedronken en dan is er des nachts om twee uur een souper.
Op één na de jongste student ging met een schaal boterhammen rond en zei: "Alle dames voorzien van een sneetje?"
Het feest ging weer verder en het was inmiddels een uur of vier in de ochtend geworden.
De jongste van de studenten stond op en zei theatraal: "Dames, als de jongeheer gaat staan, wordt het tijd om naar bed te gaan."
De laatste kreeg de vijf en twintig gulden.
Ze gaan aan het diner. Er wordt soep opgediend. En daar zitten nogal veel verdwaalde beentjes in en die worden op een bordje gelegd.
Ze krijgen aardappelen met doppertjes en worteltjes, maar de oudste student die had een vies worteltje op zijn bord liggen.
Toen zei hij tegen zijn tafeldame: "Is het gepermiteerd dat ik mijn worteltje tussen uw beentjes leg?"
De andere studenten die dachten bij zich zelf: "Nou die heeft het gewonnen."
Er werd tutti-frutti als toespijs opgediend en op één na de oudste student zag een haar op een pruim zitten bij de dame naast hem.
Toen zei hij: "Neemt u mij niet kwalijk, dame, maar er zit een haar op uw pruim."
Affijn, het feest ging verder; er wordt heel wat gedronken en dan is er des nachts om twee uur een souper.
Op één na de jongste student ging met een schaal boterhammen rond en zei: "Alle dames voorzien van een sneetje?"
Het feest ging weer verder en het was inmiddels een uur of vier in de ochtend geworden.
De jongste van de studenten stond op en zei theatraal: "Dames, als de jongeheer gaat staan, wordt het tijd om naar bed te gaan."
De laatste kreeg de vijf en twintig gulden.
Beschrijving
Vier studenten worden uitgenodigd op een damesfuif. De vier studenten spreken af dat diegene die het schuinste van het schuinste op een nette manier kan zeggen, vijfentwintig gulden krijgt. Als ze gaan eten, blijken er nogal wat verdwaalde beentjes in de soep te zitten die op de rand van het bord worden gelegd. Als er later erwtjes en worteltjes opgediend worden, vraagt de oudste student - die een vies worteltje heeft - aan zijn tafeldame: 'Is het gepermiteerd dat ik mijn worteltje tussen uw beentjes leg?'. Vervolgens wordt er tutti-frutti als toetje geserveerd en de op één na oudste student ziet een haar op een pruim zitten bij de dame naast hem. Hij zegt prompt: 'Neemt u mij niet kwalijk, dame, maar er zit een haar op uw pruim'.
Als er 's nachts om twee uur een souper is, gaat de op één na jongste student met een schaal boterhammen rond, zeggend 'Alle dames voorzien van een sneetje?'. Om een uur of vier in de ochtend, zegt de jongste van de studenten: 'Dames, als de jongeheer gaat staan, wordt het tijd om naar bed te gaan'. De laatste kreeg de vijfentwintig gulden.
Als er 's nachts om twee uur een souper is, gaat de op één na jongste student met een schaal boterhammen rond, zeggend 'Alle dames voorzien van een sneetje?'. Om een uur of vier in de ochtend, zegt de jongste van de studenten: 'Dames, als de jongeheer gaat staan, wordt het tijd om naar bed te gaan'. De laatste kreeg de vijfentwintig gulden.
Bron
Collectie Jaarsma, verslag 1140, verhaal 3 (archief MI)
Commentaar
6 september 1974
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21