Hoofdtekst
Een kleermaker praat er met zijn vrouw over om een kamer te gaan verhuren. Ze hebben afgesproken dat ze de achterkamer maar zullen verhuren.
De man maakt een briefje, waarop komt te staan: Achterkamer te huur.
Hij smeert er lijm op en legt het briefje even op een keukenstoel. Zijn vrouw gaat er bij ongeluk op zitten, maar gelijk gaat de deurbel.
Dat zij loopt naar voren, doet de deur open en daar staat een marskramer voor de deur. Hij vraagt haar of ze iets kopen wil.
Ze zegt: "Ik zal even kijken of ik iets nodig heb." Die marskramer ziet dat briefje op haar achterwerk.
Toen zij terugkwam, zei hij: "Mevrouw, heeft u ook de voorkamer te huur?"
Toen zei zij: "Nee, daar zit mijn man altijd in te knutselen."
De man maakt een briefje, waarop komt te staan: Achterkamer te huur.
Hij smeert er lijm op en legt het briefje even op een keukenstoel. Zijn vrouw gaat er bij ongeluk op zitten, maar gelijk gaat de deurbel.
Dat zij loopt naar voren, doet de deur open en daar staat een marskramer voor de deur. Hij vraagt haar of ze iets kopen wil.
Ze zegt: "Ik zal even kijken of ik iets nodig heb." Die marskramer ziet dat briefje op haar achterwerk.
Toen zij terugkwam, zei hij: "Mevrouw, heeft u ook de voorkamer te huur?"
Toen zei zij: "Nee, daar zit mijn man altijd in te knutselen."
Beschrijving
Een kleermaker die zijn achterkamer wil verhuren maakt een briefje met de tekst 'achterkamer te huur'. Hij smeert lijm op het briefje en legt het briefje even op de keukenstoel. Als zijn vrouw op de stoel gaat zitten, blijft het briefje aan haar billen plakken. Als er een marskramer aan de deur komt, valt zijn oog gelijk op het briefje op de billen van de vrouw. Hij vraagt de vrouw of zij ook een voorkamer te huur heeft. De vrouw antwoordt 'Nee, daar zit mijn man altijd in te knutselen'.
Bron
Collectie Jaarsma, verslag 1140, verhaal 11 (archief MI)
Commentaar
6 september 1974
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21