Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CJ114012

Een mop (mondeling), vrijdag 06 september 1974

Hoofdtekst

Een reiziger rijdt op een winterdag over landwegen en krijgt panne met zijn auto vlakbij een boerderij. Het is in de avond en hij klopt daar aan.
Als de boer opendoet vraagt hij of hij daar onderdak kan krijgen voor één nacht.
Dat die boer zegt: "Dan moet je maar bij ons in bed komen liggen. Ik heb geen andere slaapgelegenheid."
's Avonds gaan ze naar bed. Maar al het licht is uit, dat de reiziger moet zich op de tast uitkleden en het bed vinden.
Hij voelt dat hij naast een vrouwspersoon komt te liggen, maar die was nogal koud. Dat hij denkt: Nou, ik warm haar wel een beetje op, zo dat de boer dat niet merkt.
De andere dag wordt hij wakker - het is nog schemer - dat hij gaat het bed uit, en gaat naar de boer, die inmiddels beneden was.
Toen zei die tegen die boer: "Is je vrouw altijd zo koud?"
Toen zegt-ie: "Nee, maar ze is al drie dagen dood, vandaag wordt ze begraven."


Beschrijving

Een reiziger met autopech krijgt onderdak bij een boer. De boer biedt de reiziger aan bij hem en zijn vrouw in bed te komen liggen omdat hij geen andere slaapgelegenheid heeft. Als de reiziger in bed stapt, voelt hij - er is geen licht aan - dat hij naast een vrouwspersoon komt te liggen. Omdat de vrouw nogal koud aanvoelt, besluit hij haar wat op te warmen zonder dat de boer het merkt. Als de reiziger de volgende dag aan de boer vraagt of de vrouw altijd zo koud is, zegt ze boer 'Nee, maar ze is al drie dagen dood, vandaag wordt ze begraven'.

Bron

Collectie Jaarsma, verslag 1140, verhaal 12 (archief MI)

Commentaar

6 september 1974

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21