Hoofdtekst
Jansen was werkeloos. Hij wilde zo dolgraag weer aan de slag. Elke dag ging hij naar de pastoor en dan zei hij: "Ik heb geen werk, kun je der ook wat aan doen?" Toen zei de pastoor op een keer: "Dan moet je naar het beeld van de Heilige Antonius gaan en voor hem gaan bidden. Dan vraag je hem oft hij je een handje wil helpen." Dat zei die pastoor op zondag.
Maandag begeeft Jansen zich naar de H. Antonius, knielt voor hem neer en begint te bidden. Maar geen baat. Dinsdag, geen baat. Woensdag, geen baat. Donderdag, geen baat.
Dan wordt ie kwaad en zegt tegen het beeld: "Als ik nou morgen geen baat vind, dan zal ik je een oplazer geven, vadertje, die je direkt niet zal vergeten."
De koster was ook in de kerk, niet zo ver af en die hoorde die woorden. Hij denkt: Als die vent zo heet gebakerd is, dan slaat hij dat beeld morgen kapot. Jonge, jonge, dat komt zo niet goed met de H. Antonius. Hij gaat naar de pastoor en die vertelt hij wat Jansen tegen de H. Antonius gezegd heeft.
De pastoor zegt: "Weet je wat je doet? Je haalt Antonius daar weg. Der staat nog een klein beeldje van Antonius op de vliering, zet dat er voor in de plaats. Als ie dàt stuk slaat, hindert niet." Zo gezegd, zo gedaan. De volgende dag komt Jansen in de kerk. Hij ziet daar dat kleine beeldje staan. Hij loopt er op af en zegt: "Godverdomme, waar is je vader?"
Maandag begeeft Jansen zich naar de H. Antonius, knielt voor hem neer en begint te bidden. Maar geen baat. Dinsdag, geen baat. Woensdag, geen baat. Donderdag, geen baat.
Dan wordt ie kwaad en zegt tegen het beeld: "Als ik nou morgen geen baat vind, dan zal ik je een oplazer geven, vadertje, die je direkt niet zal vergeten."
De koster was ook in de kerk, niet zo ver af en die hoorde die woorden. Hij denkt: Als die vent zo heet gebakerd is, dan slaat hij dat beeld morgen kapot. Jonge, jonge, dat komt zo niet goed met de H. Antonius. Hij gaat naar de pastoor en die vertelt hij wat Jansen tegen de H. Antonius gezegd heeft.
De pastoor zegt: "Weet je wat je doet? Je haalt Antonius daar weg. Der staat nog een klein beeldje van Antonius op de vliering, zet dat er voor in de plaats. Als ie dàt stuk slaat, hindert niet." Zo gezegd, zo gedaan. De volgende dag komt Jansen in de kerk. Hij ziet daar dat kleine beeldje staan. Hij loopt er op af en zegt: "Godverdomme, waar is je vader?"
Beschrijving
Een werkeloze die naarstig op zoek is naar werk volgt de raad van de pastoor op bij het Heilige Antionius-beeld te gaan bidden. Als een dagelijks gebed om werk niets lijkt te helpen, dreigt de werkeloze het beeld een oplawaai te geven. Een koster die de dreigementen van de driftkikker gehoord heeft verwijdert uit voorzorg het grote beeld en zet er op aanraden van de pastoor een klein, onbelangrijk beeldje voor in de plaats. Als de driftige werkeloze de dag erop het kleine beeldje ziet staan, roept hij uit 'Godverdomme, waar is je vader?'.
Bron
Collectie Jaarsma, verslag 1163, verhaal 1 (archief MI)
Commentaar
10 oktober 1977
Naam Overig in Tekst
Jansen   
Heilige Antonius   
H. Antonius   
Antonius   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
