Hoofdtekst
Het duizendste stukje zeep
Een vrachtauto met zeep rijdt langs een kleine weg. Ineens slipt de auto en kantelt. De hele inhoud vliegt over de weg: 1000 stukjes zeep op straat. De chauffeur balen. Moet 'ie alle stukjes oprapen. Aan het eind heeft 'ie ze allemaal op één na weer in de wagen zitten. Maar waar is nou dat duizendste stukje zeep?
(De verteller wacht de reactie af. Waarschijnlijk zegt men: "Weet ik niet" of "eh." Dan zegt de verteller:)
Ik ook niet. Is ook wat flauw. Ander mopje dan. Een man en een vrouw zitten in de trein. De man heeft een paraplu bij zich en de vrouw een hondje. Begint dat hondje vreselijk te keffen. Die man raakt heel geïrriteerd, maar die vrouw doet er niks aan. Op een gegeven moment is die man het zat. Hij staat op en gooit dat hondje zo uit het raam. Die vrouw is woest, pakt die man z'n papraplu en gooit die zo uit het raam. Bij het volgende station stappen ze uit en staan op het perron te kijken naar de kant waar ze vandaan kwamen. Komt na een tijdje het hondje aanrennen. Raad eens wat 'ie in z'n bek had?
"Nou die parpaplu?"
Nee, het duizendste stukje zeep!
(Per e-mail ontvangen op 24 februari 2002; de verteller herinnerde zich dit als een kindermopje van vroeger)
Een vrachtauto met zeep rijdt langs een kleine weg. Ineens slipt de auto en kantelt. De hele inhoud vliegt over de weg: 1000 stukjes zeep op straat. De chauffeur balen. Moet 'ie alle stukjes oprapen. Aan het eind heeft 'ie ze allemaal op één na weer in de wagen zitten. Maar waar is nou dat duizendste stukje zeep?
(De verteller wacht de reactie af. Waarschijnlijk zegt men: "Weet ik niet" of "eh." Dan zegt de verteller:)
Ik ook niet. Is ook wat flauw. Ander mopje dan. Een man en een vrouw zitten in de trein. De man heeft een paraplu bij zich en de vrouw een hondje. Begint dat hondje vreselijk te keffen. Die man raakt heel geïrriteerd, maar die vrouw doet er niks aan. Op een gegeven moment is die man het zat. Hij staat op en gooit dat hondje zo uit het raam. Die vrouw is woest, pakt die man z'n papraplu en gooit die zo uit het raam. Bij het volgende station stappen ze uit en staan op het perron te kijken naar de kant waar ze vandaan kwamen. Komt na een tijdje het hondje aanrennen. Raad eens wat 'ie in z'n bek had?
"Nou die parpaplu?"
Nee, het duizendste stukje zeep!
(Per e-mail ontvangen op 24 februari 2002; de verteller herinnerde zich dit als een kindermopje van vroeger)
Onderwerp
AT 2204 - The Dog's Cigar   
ATU 2204 - The Dog’s Cigar.   
VDK 2204 - The Dog's Cigar   
Beschrijving
De verteller vertelt twee mopjes achter elkaar. In het eerste verliest een vrachtwagen-chauffeur duizend stukjes zeep, en hij kan het laatste stukje niet terugvinden. In de tweede gooien een man en een vrouw een hond en een paraplu uit het treinraam. Als de hond naar het perron komt lopen, wat heeft hij dan in zijn bek? Nee, niet de paraplu, maar dat duizendste stukje zeep.
Bron
Per e-mail ontvangen op 24 februari 2002
Commentaar
24 februari 2002
De verteller herinnerde zich dit als een kindermopje van vroeger.
The Dog's Cigar
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
