Hoofdtekst
6. AVONTUREN VAN LEIENAARS
Toen een Leidse peueraar nog bij zijn ouders thuis woonde, had hij eens gevloekt dat het een aard had. Dat moet heel erg zijn geweest, want hij was van nature rauw in de mond. Toen hij die avond in bed lag, kwam er een kat de kamer binnengeslopen, sprong boven op hem en smeet hem in het bed heen en weer. Hij hoorde alles wat er om hem heen gebeurde, maar hij kon toch niet om hulp roepen. Zo heeft hij een hele tijd met "de duivel" gevochten, totdat hij eindelijk kon roepen: "O God! " en toen was dat duivelsdier even plotseling verdwenen als het was gekomen. De volgende morgen bleek dat een vrouw uit de buurt een grote buil op haar voorhoofd had; die had ze bij die nachtelijke vechtpartij opgelopen, meende de peueraar.
Een andere Leienaar, die ook gewoon was om te peuren (op aal te vissen met een tros aan draden geregen pieren, die aan een lijn zijn bevestigd), ging op een avond naar huis terug, toen hem iets ergs overkwam. Op de Karnemelkbrug werd hij achtervolgd door een zwarte kardoeshond met vurige ogen, die hem telkens aanriep: "Piet, Piet! Piet, ik kom je halen." De hond liep achter hem aan en ging zijn huis, dat in een steeg op het Levendaal stond, binnen. Hij ging tegenover hem bij het vuur zitten en keek hem onafgebroken met zijn gloeiende ogen aan, totdat Piet eindelijk in zijn doodsschrik uitriep: "God nog aan toe". Toen verdween de kardoes met een vreselijk gejank en Piet was gered.
(Leiden)
Toen een Leidse peueraar nog bij zijn ouders thuis woonde, had hij eens gevloekt dat het een aard had. Dat moet heel erg zijn geweest, want hij was van nature rauw in de mond. Toen hij die avond in bed lag, kwam er een kat de kamer binnengeslopen, sprong boven op hem en smeet hem in het bed heen en weer. Hij hoorde alles wat er om hem heen gebeurde, maar hij kon toch niet om hulp roepen. Zo heeft hij een hele tijd met "de duivel" gevochten, totdat hij eindelijk kon roepen: "O God! " en toen was dat duivelsdier even plotseling verdwenen als het was gekomen. De volgende morgen bleek dat een vrouw uit de buurt een grote buil op haar voorhoofd had; die had ze bij die nachtelijke vechtpartij opgelopen, meende de peueraar.
Een andere Leienaar, die ook gewoon was om te peuren (op aal te vissen met een tros aan draden geregen pieren, die aan een lijn zijn bevestigd), ging op een avond naar huis terug, toen hem iets ergs overkwam. Op de Karnemelkbrug werd hij achtervolgd door een zwarte kardoeshond met vurige ogen, die hem telkens aanriep: "Piet, Piet! Piet, ik kom je halen." De hond liep achter hem aan en ging zijn huis, dat in een steeg op het Levendaal stond, binnen. Hij ging tegenover hem bij het vuur zitten en keek hem onafgebroken met zijn gloeiende ogen aan, totdat Piet eindelijk in zijn doodsschrik uitriep: "God nog aan toe". Toen verdween de kardoes met een vreselijk gejank en Piet was gered.
(Leiden)
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
Een vloeker wordt bezocht door de nachtmerrie, maar de heks vlucht als de man de naam van God uitspreekt. In het gevecht heeft de heks een buil opgelopen. De volgende ochtend heeft een vrouw een buil. Een andere man wordt achtervolgd en bezocht door een spookhond, maar ook deze vlucht als hij de naam van God hoort.
Bron
J.R.W. Sinninghe: Spokerijen in Rijnland, Delfland en Schieland. Sagen, legenden en volksverhalen, veelal uit de volksmond opgetekend. Zaltbommel 1977. p. 14
Commentaar
Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
Naam Overig in Tekst
Leienaar   
Leidse   
Leidenaar   
Piet   
God   
Levendaal   
Naam Locatie in Tekst
Karnemelkbrug   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
