Hoofdtekst
43. VOORGEZICHTEN VAN DE DOOD
In 1905 huurde de familie Post een bovenhuis in Den Haag, in de Schuytstraat. Niet lang daarna kwam de getrouwde dochter, Jo Scheffer-Post, het nog onbewoonde huis bezichtigen. Haar ouders, die haar waren komen halen, gingen onmiddellijk naar boven, maar zij bleef nog even het huis van buiten bekijken. Juist wilde zij de trap, die een bocht maakte, beklimmen, toen een paar in het zwart geklede mannen, die moeizaam een buitengewoon grote, met zwart overdekte lijkkist droegen, de trap afdaalden. Dochter Jo stond als vastgenageld, de mannen gingen haar voorbij en verdwenen onhoorbaar. Toen zij als in trance de trap opliep, zag zij dat van het hek dat de trap van de bovengang scheidde, de spijlen ontbraken.
Enige maanden later vertoonden zich bij moeder Post verschijnselen van een ongeneeslijke kwaal. Zij moest tweemaal worden geopereerd en stierf binnen het jaar. Op de avond nadat het lijk was gekist, zag dochter Jo opeens dat de spijlen van het hek er waren uitgebroken. "Wat betekent dat? " vroeg zij. En het antwoord was dat men de grote houten kist, die de loden kist met het dode lichaam bevatte, had moeten kantelen, wanneer men tevoren de spijlen niet had uitgebroken.
Dokter Abraham van der Meer, een oprecht en vroom man, vertelt in zijn gedenkschriften dat zijn grootmoeder, toen zij nog in Den Haag woonde, eens in een zomernacht niet slapen kon. Daarom ging zij tegen vier uur in de morgen voor het venster zitten en ze zag toen een doodskist langzaam door de Spuistraat zweven, om ten slotte door een open venster in een huis te verdwijnen. Eer er zes weken waren verstreken, stierven allen die in dat huis woonden aan de pest. Dat moet in het begin van de zeventiende eeuw zijn voorgevallen.
(Den Haag)
In 1905 huurde de familie Post een bovenhuis in Den Haag, in de Schuytstraat. Niet lang daarna kwam de getrouwde dochter, Jo Scheffer-Post, het nog onbewoonde huis bezichtigen. Haar ouders, die haar waren komen halen, gingen onmiddellijk naar boven, maar zij bleef nog even het huis van buiten bekijken. Juist wilde zij de trap, die een bocht maakte, beklimmen, toen een paar in het zwart geklede mannen, die moeizaam een buitengewoon grote, met zwart overdekte lijkkist droegen, de trap afdaalden. Dochter Jo stond als vastgenageld, de mannen gingen haar voorbij en verdwenen onhoorbaar. Toen zij als in trance de trap opliep, zag zij dat van het hek dat de trap van de bovengang scheidde, de spijlen ontbraken.
Enige maanden later vertoonden zich bij moeder Post verschijnselen van een ongeneeslijke kwaal. Zij moest tweemaal worden geopereerd en stierf binnen het jaar. Op de avond nadat het lijk was gekist, zag dochter Jo opeens dat de spijlen van het hek er waren uitgebroken. "Wat betekent dat? " vroeg zij. En het antwoord was dat men de grote houten kist, die de loden kist met het dode lichaam bevatte, had moeten kantelen, wanneer men tevoren de spijlen niet had uitgebroken.
Dokter Abraham van der Meer, een oprecht en vroom man, vertelt in zijn gedenkschriften dat zijn grootmoeder, toen zij nog in Den Haag woonde, eens in een zomernacht niet slapen kon. Daarom ging zij tegen vier uur in de morgen voor het venster zitten en ze zag toen een doodskist langzaam door de Spuistraat zweven, om ten slotte door een open venster in een huis te verdwijnen. Eer er zes weken waren verstreken, stierven allen die in dat huis woonden aan de pest. Dat moet in het begin van de zeventiende eeuw zijn voorgevallen.
(Den Haag)
Onderwerp
SINSAG 0489 - Das zweite Gesicht   
Beschrijving
Dochter voorziet de dood van familielid; vrouw voorziet de dood van bewoners van een huis.
Bron
J.R.W. Sinninghe: Spokerijen in Rijnland, Delfland en Schieland. Sagen, legenden en volksverhalen, veelal uit de volksmond opgetekend. Zaltbommel 1977. p. 49-51
Commentaar
Das zweite Gesicht
Naam Overig in Tekst
Jo Scheffer-Post   
Abraham van der Meer   
Naam Locatie in Tekst
Den Haag   
Post   
Schuytstraat   
Spuistraat   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
