Hoofdtekst
Zusje en broertje
Veegden samen het vloertje,
En toen vonden ze een gouden penninkje,
En toen wisten ze niet, wat ze daarmee doen moesten.
Toen kochten ze daar een varkentje voor.
En dat varkentje wou niet in 't hokje gaan.
Toen gingen ze naar den hond.
"Hond, hond, wil jij dat varkentje eens bijten.
Varkentje wil niet in 't hokje gaan."
"Neen!" zei de hond.
Toen gingen ze naar den knuppel.
"Knuppel, knuppel, wil jij dien hond eens slaan?
De hond wil het varkentje niet bijten,
Varkentje wil niet in 't hokje gaan."
"Neen!" zei de knuppel.
Toen gingen ze naar het vuur.
"Vuur, wil jij den knuppel branden?
Knuppel wil den hond niet slaan;
De hond wil het varkentje niet bijten,
Varkentje wil niet in 't hokje gaan."
"Neen!" zei het vuur.
Toen gingen ze naar het water.
"Water, wil jij het vuur eens blusschen? Enz."
"Nee," zei het water.
Toen gingen ze naar den os.
"Os, wil jij 't water eens drinken,
Water wil enz.
"Neen!" zei de os.
Toen gingen ze naar den lijn.
"Lijn. lijn, wil jij den os eens zeelen?
Os enz.
"Nee," zei de lijn.
Toen gingen zij naar de muis.
"Muis, wil jij de lijn eens kappen? enz.
"Neen!" zei de muis.
Toen gingen zij naar de kat.
"Kat, kat, wil je eens muizen vangen? Enz.
"Ja," zei de kat.
En de kat achter de muis,
En de muis achter de lijn,
En de lijn achter den os,
En de os achter het water,
En het water achter het vuur,
En het vuur achter den knuppel,
En den knuppel achter den hond,
En de hond achter het varken
En toen wou het varkentje wel in zijn hokje gaan
En toen brak het zijn pootje.
Veegden samen het vloertje,
En toen vonden ze een gouden penninkje,
En toen wisten ze niet, wat ze daarmee doen moesten.
Toen kochten ze daar een varkentje voor.
En dat varkentje wou niet in 't hokje gaan.
Toen gingen ze naar den hond.
"Hond, hond, wil jij dat varkentje eens bijten.
Varkentje wil niet in 't hokje gaan."
"Neen!" zei de hond.
Toen gingen ze naar den knuppel.
"Knuppel, knuppel, wil jij dien hond eens slaan?
De hond wil het varkentje niet bijten,
Varkentje wil niet in 't hokje gaan."
"Neen!" zei de knuppel.
Toen gingen ze naar het vuur.
"Vuur, wil jij den knuppel branden?
Knuppel wil den hond niet slaan;
De hond wil het varkentje niet bijten,
Varkentje wil niet in 't hokje gaan."
"Neen!" zei het vuur.
Toen gingen ze naar het water.
"Water, wil jij het vuur eens blusschen? Enz."
"Nee," zei het water.
Toen gingen ze naar den os.
"Os, wil jij 't water eens drinken,
Water wil enz.
"Neen!" zei de os.
Toen gingen ze naar den lijn.
"Lijn. lijn, wil jij den os eens zeelen?
Os enz.
"Nee," zei de lijn.
Toen gingen zij naar de muis.
"Muis, wil jij de lijn eens kappen? enz.
"Neen!" zei de muis.
Toen gingen zij naar de kat.
"Kat, kat, wil je eens muizen vangen? Enz.
"Ja," zei de kat.
En de kat achter de muis,
En de muis achter de lijn,
En de lijn achter den os,
En de os achter het water,
En het water achter het vuur,
En het vuur achter den knuppel,
En den knuppel achter den hond,
En de hond achter het varken
En toen wou het varkentje wel in zijn hokje gaan
En toen brak het zijn pootje.
Onderwerp
AT 2030 - The Old Woman and her Pig   
ATU 2030 - The Old Woman and her Pig.   
SINAT 2015 - Das Schwein, das nicht nach Hause will   
Beschrijving
Bij het vegen van de vloer vinden broer en zus een gouden penninkje en kopen er een varkentje voor, dat niet naar het hok wil gaan. De hond wil het niet bijten, knuppel hond niet slaan, vuur knuppel niet branden, water vuur niet blussen, os het water niet drinken, de lijn de os niet zelen (binden), de muis de lijn niet kappen, maar de kat wil de muis wel vangen, waarop de muis achter de lijn gaat, etc.
Bron
Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)
Commentaar
eind 19e eeuw
The Old Woman and her Pig
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
