Hoofdtekst
Het volgende is mij verhaald en heb ik voor zoo ver ik weet nooit gelezen.
Er was eens een rijk heer, die een gouden kunstarm had. Toen hij gestorven was, was een van zijn knechts zoo hebzuchtig van het lijk op te graven en de arm (ook wel been) te stelen en mede naar huis te neemen. De geest van den rijke heer kon daar geen vrede mee hebben en ging spoken bij al de knechts. Elke nacht verscheen hij en riep: "Mijn arm (been)! Heb jij hem gestolen?" Eindelijk verraadde de dief zich, waarop hij riep: "Jij hebt hem gestolen." Hij (de dief) was dus ontdekt en de arm werd vermoedelijk weer om de geest gerust te stellen bij het lichaam begraven.
Er was eens een rijk heer, die een gouden kunstarm had. Toen hij gestorven was, was een van zijn knechts zoo hebzuchtig van het lijk op te graven en de arm (ook wel been) te stelen en mede naar huis te neemen. De geest van den rijke heer kon daar geen vrede mee hebben en ging spoken bij al de knechts. Elke nacht verscheen hij en riep: "Mijn arm (been)! Heb jij hem gestolen?" Eindelijk verraadde de dief zich, waarop hij riep: "Jij hebt hem gestolen." Hij (de dief) was dus ontdekt en de arm werd vermoedelijk weer om de geest gerust te stellen bij het lichaam begraven.
Onderwerp
AT 0366 - The man from the gallows   
ATU 0366 - The Man from the Gallows.   
Beschrijving
Een man met gouden kunstarm sterft en wordt door een van zijn knechten opgegraven en van de arm beroofd. Hij komt elke nacht bij de knecht spoken, vragend om zijn arm, tot hij hem terugkrijgt.
Bron
Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)
Commentaar
6 april 1892
The man from the gallows
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
