Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

cboek172

Een sprookje (brief), januari 1892

Hoofdtekst

(Als een raadsel-vertelling geef ik:)
Daar was eens een vrouw, die had een zoon, daar ze heel heel veel van hield. Die zoon was echter heel slecht, want hij had een man vermoord.; Daarvoor moest de zoon opgehangen worden. De vrouw ging naar de rechters om te verzoeken of haar zoon niet opgehangen zou worden, maar hoe ze smeekte, het baatte niet. Het antwoord was:
"Je zoontje heeft een man vermoord,
nu moet hij hangen aan een koord."
Toen had de vrouw een inval en zeide: "Rechters, ik zal u een raadsel opgeven; indien gij het raadt, dan zal mijn zoon opgehangen worden. Raadt ge het niet, dan zal mijn zoon vrij zijn." Dit voorstel werd aangenomen en de vrouw gaf het volgende raadsel op:
"Op Rudolf ga ik, op Rudolf sta ik,
Op Rudolf ben ik welgemoed,
Omdat ik mijn zoon er meê redden moet,
Ra, ra, wat is dat?"
De Rechters, evenmin als de Kinders kunnen 't niet raden. "Die het weet mag het niet zeggen." De vrouw lost het op: "Ik had een hondje, dat Rudolf heette, dat is gestorven; de huid van dat hondje heb ik laten bereiden en er schoenen van gemaakt, die ik aan heb. Nu sta en ga ik op Rudolf en ben welgemoed, want mijn zoon is gered."

Onderwerp

AT 0927 - Out-riddling the Judge    AT 0927 - Out-riddling the Judge   

ATU 0927 - Out-riddling the Judge.    ATU 0927 - Out-riddling the Judge.   

Beschrijving

Vrouw mag rechters een raadsel opgeven om haar zoon van de dood te redden

Bron

Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)

Commentaar

januari 1892
Out-riddling the Judge

Naam Overig in Tekst

Rudolf    Rudolf   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22