Hoofdtekst
Een zusje en een broertje
Veegde[n] samen een vloertje,
Wat vonden zij daar?
Een goud penningske.
Wat deden zij met dat penningske?
Daar kochten zij een Keesje voor.
Wat deden zij met dat Keesje?
Keesje moest naar school toe gaan.
Maar Keesje wilde niet naar school toe gaan.
Toen gingen zij naar den hond.
"Hond, hond, wil jij Keesje bijten?
Keesje wil niet naar school toe gaan."
"Neen."
Toen gingen zij naar den stok.
"Stok, stok, wil je honden slaan?
Honden willen geen Keesje bijten,
Keesje wil niet naar school toe gaan."
"Neen."
Toen gingen zij naar het vuur.
"Vuur, vuur, wil je stokken branden?
Stokken willen geen honden slaan,
Honden willen geen Keesje bijten,
Keesje wil niet naar school toe gaan."
"Neen."
Toen gingen zij naar het water.
"Water, water, wil je vuur blusschen?
Vuur wil geen stokken branden,
Stokken willen geen honden slaan,
Honden willen geen Keesje bijten,
Keesje wil niet naar school toe gaan."
"Neen."
Toen gingen zij naar den os.
"Os, os, wil je water drinken,
Water wil geen vuur blusschen,
Vuur wil geen stokken branden,
Stokken willen geen honden slaan,
Honden willen geen Keesje bijten,
Keesje wil niet naar school toe gaan."
"Neen."
Toen gingen zij naar den villeman.
"Villeman, villeman, wil je ossen villen?
Ossen willen geen water drinken,
Water wil geen vuur blusschen,
Vuur wil geen stokken branden,
Stokken willen geen honden slaan,
Honden willen geen Keesje bijten,
Keesje wil niet naar school toe gaan."
"Ja."
Toen ging de villeman achter den os,
Den os achter het water,
Het water achter het vuur,
Het vuur achter de stokken,
Stokken achter de honden,
De hond achter Keesje
En Keesje sprong over 't hek
En brak zijn nek.
Veegde[n] samen een vloertje,
Wat vonden zij daar?
Een goud penningske.
Wat deden zij met dat penningske?
Daar kochten zij een Keesje voor.
Wat deden zij met dat Keesje?
Keesje moest naar school toe gaan.
Maar Keesje wilde niet naar school toe gaan.
Toen gingen zij naar den hond.
"Hond, hond, wil jij Keesje bijten?
Keesje wil niet naar school toe gaan."
"Neen."
Toen gingen zij naar den stok.
"Stok, stok, wil je honden slaan?
Honden willen geen Keesje bijten,
Keesje wil niet naar school toe gaan."
"Neen."
Toen gingen zij naar het vuur.
"Vuur, vuur, wil je stokken branden?
Stokken willen geen honden slaan,
Honden willen geen Keesje bijten,
Keesje wil niet naar school toe gaan."
"Neen."
Toen gingen zij naar het water.
"Water, water, wil je vuur blusschen?
Vuur wil geen stokken branden,
Stokken willen geen honden slaan,
Honden willen geen Keesje bijten,
Keesje wil niet naar school toe gaan."
"Neen."
Toen gingen zij naar den os.
"Os, os, wil je water drinken,
Water wil geen vuur blusschen,
Vuur wil geen stokken branden,
Stokken willen geen honden slaan,
Honden willen geen Keesje bijten,
Keesje wil niet naar school toe gaan."
"Neen."
Toen gingen zij naar den villeman.
"Villeman, villeman, wil je ossen villen?
Ossen willen geen water drinken,
Water wil geen vuur blusschen,
Vuur wil geen stokken branden,
Stokken willen geen honden slaan,
Honden willen geen Keesje bijten,
Keesje wil niet naar school toe gaan."
"Ja."
Toen ging de villeman achter den os,
Den os achter het water,
Het water achter het vuur,
Het vuur achter de stokken,
Stokken achter de honden,
De hond achter Keesje
En Keesje sprong over 't hek
En brak zijn nek.
Onderwerp
AT 2030J - A Disobedient Boy   
ATU 2030 - The Old Woman and her Pig.   
Beschrijving
Broer en zus vegen de vloer, vinden een penning en kopen een Keesje, maar die wil niet naar school gaan. Ze gaan naar de hond, dan de stok, het vuur, het water, de os en de villeman.
Bron
Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)
Commentaar
29 maart 1892
A Disobedient Boy
Naam Overig in Tekst
Keesje   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
