Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CBOEK257

Een sage (brief), 1881 - 1900

Hoofdtekst

Daar was eens een ridder, die zoo wreed was, dat hij al de voorbijgaande reizigers oppakte en vreeselijk martelen liet. Zoo kwam er eens een koopman langs zijn [s]lot, dien hij ook weer liet oppakken. De koopman werd voor den ridder gebracht en deze liet hem zijne gevangenen zien, die kermden van pijn. "Wat denk je van dit gezang?" vroeg de ridder. "Ik vind het heel slecht en wreed menschen zoo te martelen." "Dan zullen we het jou ook doen." En de ridder zeide tot zijn knechten: "Martel hem!" Maar toen ze den koop-man wilden grijpen, was hij verdwenen.
Den volgenden dag ging de ridder op de jacht en verdwaalde in een moeras. Hij probeerde er uit te komen, maar raakte er al dieper in, zoodat hij niet meer voor- of achteruit kon. Het werd avond en toen kwamen de geesten van hen, die hij had doodgemarteld, voorbij hem en op 't laatst ook de zoo plotseling verdwenen koopman. "Ik wijs je den weg," sprak deze, "als je de gevangenen vrijlaat." "Nooit," sprak de ridder. Toen voelde hij, dat hij wegzonk, en hoe hij weerde, hij zonk hoe langer hoe dieper. Van dien tijd af aan ziet men 's nachts daar dien geestenstoet voorbij trekken.

Onderwerp

SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.    SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   

Beschrijving

Een hardvochtige ridder neemt iedere voorbijganger gevangen en martelt die. Echter een koopman weet aan zijn hand te ontsnappen. Dan verdwaalt de ridder in een moeras, de koopman komt en wil hem helpen als hij zijn gevangenen vrijlaat. De ridder weigert en verzinkt in het moeras. Sindsdien ziet men daar een geestesstoet.

Bron

Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)

Commentaar

eind 19e eeuw
Andere Tote spuken

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22