Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CBOEK259

Een sprookje (brief), 1881 - 1900

Hoofdtekst

Daar was een mannetje die was niet wijs
Hij bouwde zijn huisje al op het ijs
En toen hij toen een huisje had,
Toen wou hij dat hij een hennetje had,
en alle menschen vroegen toen,
Hoe of hij dat hennetje noemen zou.
"Kriele heet mijn hennetje,
's Avonds op een donker hok,
's Morgens op een relletje."

En toen hij toen een hennetje had,
toen wou hij dat hij een haan had.
En alle menschen vroegen toen,
Hoe of hij die haan heeten zou.
"Koekeloere heet mijn haan,
Kriele heet mijn hennetje,
's Avonds op een donker hok,
's Morgens op een relletje."

En toen hij toen een haan had,
Toen wou hij dat hij een paard had.
En alle mensen vroegen toen,
Hoe of hij het paard noemen zou.
"Vlassestaart noem ik mijn paard,
Koekeloere heet mijn haan,
Kriele heet mijn hennetje,
's Avonds op een donker hok,
's Morgens op een relletje."

Toen hij toen een paard had,
Toen wou hij, dat hij een wagen had.
En alle mensen vroegen toen,
Hoe of hij de wagen noemen zou.
"Holdedebolder heet me wagen,
Vlassestaart noem ik mijn paard,
Koekeloere heet mijn haan,
Kriele heet mijn hennetje,
's Avonds op een donker hok,
's Morgens op een relletje."

En toen hij toen een wagen had,
Toen wou hij, dat hij een knecht had.
En alle mensen vroegen toen,
Hoe of hij de knecht noemen zou.
"Weloprecht noem ik me knecht,
Holdedebolder heet me wagen,
Vlassestaart noem ik mijn paard,
Koekeloere heet mijn haan,
Kriele heet mijn hennetje,
's Avonds op een donker hok,
's Morgens op een relletje."

En toen hij toen een knecht had,
Toen wou hij, dat hij een meid had.
En alle mensen vroegen toen,
Hoe of hij de meid noemen zou.
"Welbereid noem ik me meid,
Weloprecht noem ik me knecht,
Holdedebolder heet me wagen,
Vlassestaart noem ik mijn paard,
Koekeloere heet mijn haan,
Kriele heet mijn hennetje,
's Avonds op een donker hok,
's Morgens op een relletje."

En toen hij toen een meid had,
Toen wou hij, dat hij een vrouw had.
En alle mensen vroegen toen,
Hoe of hij de vrouw noemen zou.
"Veel getrouw noem ik me vrouw,
Welbereid noem ik me meid,
Weloprecht noem ik me knecht,
Holdedebolder heet me wagen,
Vlassestaart noem ik mijn paard,
Koekeloere heet mijn haan,
Kriele heet mijn hennetje,
's Avonds op een donker hok,
's Morgens op een relletje."

En toen hij toen een vrouw had,
Toen wou hij, dat hij een kind had.
En alle mensen vroegen toen,
Hoe of hij het kind noemen zou.
"Welbemind noem ik me kind,
Veel getrouw noem ik me vrouw,
Welbereid noem ik me meid,
Weloprecht noem ik me knecht,
Holdedebolder heet me wagen,
Vlassestaart noem ik mijn paard,
Koekeloere heet mijn haan,
Kriele heet mijn hennetje,
's Avonds op een donker hok,
's Morgens op een relletje."

Maar dat mannetje was niet wijs,
Die bouwde zijn huisje op het ijs.
Want toen het ophield met vriezen,
Toen moest hij zijn huisje verliezen.

Onderwerp

AT 2010 I A - The Animals with Queer Names    AT 2010 I A - The Animals with Queer Names   

ATU 2010IA - The Animals with Peculiar Names    ATU 2010IA - The Animals with Peculiar Names   

Beschrijving

Een mannetje bouwt zijn huis op het ijs, wil een hennetje, een haan, een paard, een wagen, een knecht, een meid, een vrouw en een kind. Maar toen het ophield met vriezen, moest hij zijn huis verliezen.

Bron

Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)

Commentaar

eind 19e eeuw
The Animals with Queer Names

Naam Overig in Tekst

Kriele    Kriele   

Koekeloere    Koekeloere   

Vlassestaart    Vlassestaart   

Holderdebolder    Holderdebolder   

Weloprecht    Weloprecht   

Welbereid    Welbereid   

Veelgetrouw    Veelgetrouw   

Welbemind    Welbemind   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22