Hoofdtekst
Dat bouwde een huisje op het ijs.
't Kon dooien en 't kon vriezen,
En de man, die kon zijn huisje wel verliezen.
Toen de man een huisje had,
Vroeg hij om een hennetje.
En hij kreeg een hen.
Toen vroegen al de luiden,
Hoe dat die hen moest heeten.
"Prijs heet mijn hennetje,
's Morgens in een korte kooi,
's Avonds in een bennetje."
Toen wou hij dat hij een haan had
En hij kreeg een haan.
Toen vroegen al de luiden,
Hoe dat de haan moest heeten.
"Kukelekaan heet mijn haan,
Prijs heet mijn hennetje,
's Morgens in een korte kooi,
's Avonds in een bennetje."
- Witte veeren draagt mijn zwaan
- Trippeltraap heet mijn schaap
- Heel-en-half heet mijn kalf
- Osje-boe heet mijn koe
- Vlasstaart heet mijn paard
- Dragen-dragen heet mijn wagen
- Alberecht heet mijn knecht
- Steeds-bereid heet mijn meid
- Zeer-getrouw heet mijn vrouw
- Teerbemind heet mijn kind
Onderwerp
AT 2010 I A - The Animals with Queer Names   
ATU 2010IA - The Animals with Peculiar Names   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Prijs   
Kukelekaan   
Trippeltraap   
Heel-en-half   
Osje-boe   
Vlasstaart   
Dragen-dragen   
Alberecht   
Steds-bereid   
Zeer-getrouw   
Teerbemind   
