Hoofdtekst
Dominee had een beurtpreek gehouden op een ander dorp en zijn vrouw was met hem meegegaan. Maar toen ze samen wandelend naar huis gingen, kreeg hij plotseling achterlast en ging hij dus bezijden den weg achter een mesthoop zitten. Maar een oogenblik later roept hij: "O godverdomme vrouw!" "Foei!" zegt deze, "wat hoor ik daar? Straks zeg-je: 'Gij zult den naam des Heeren niet ijdelijk gebruiken' en nou vloek je zelf." "Dat dank je de bliksem: je moest ook met je klooten tusschen de rattenklem zitten, zooals ik."
Beschrijving
Dominee moet poepen, gaat langs de kant van de weg, slaakt plotseling een vloek en zijn vrouw verwijt het hem, waarop hij zegt: "Jij moest eens met je kloten in de rattenklem zitten."
Bron
Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)
Commentaar
eind 19e eeuw
Naam Overig in Tekst
Heer   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
