Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CBOEK291

Een mop (brief), 1881 - 1900

Hoofdtekst

Een boerin bracht altijd boter en room bij den pastoor. Ze moest boven komen en na een praatje vroeg pastoor of ze zijn bloemetjes niet eens wou zien. Dat weigerde ze natuurlijk niet, maar de pastoor liet haar toen voorover uit het venster kijken, schoof het raam dicht, tilde haar rokken op en deed met haar wat hij wou. De boerin boos en klaagt er over tegen haar meid. Die zei: "Ik zal er toch wat tegen doen." Nu moest er een vet kalf naar pastoor gebracht worden. De meid stelde voor, dat zij het zou doen en aan de pastorie gekomen zei ze, dat het vette kalf voor pastoor er was. De pastoor liet haar met het kalf binnenkomen en ze mag zijn bloemetjes ook eens zien. Doet net of ze niet begrijpt hoe ze doen moet en vraagt of pastoor het eens voordoen wil. Die uit het raam, meid schuift het dicht, maakt pastoors broek los en laat kalf zuigen. En als ze het kalf niet weggenomen hebben, dan staat het nog te zoegen.
(Van een dienstmeid uit Friesland)

Beschrijving

Pastoor laat een boerin uit het venster kijken, schuift het dicht, zodat ze klem zit en neemt haar. De boerin klaagt tegen haar meid, die er wat tegen zal doen. Zij gaat naar de pastoor, doet alsof ze hem niet begrijpt met het venster en laat hem voordoen . Hij wordt door de meid klem gezet, waarop ze een kalf hem laat likken.

Bron

Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)

Commentaar

eind 19e eeuw

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22