Hoofdtekst
Pastoor was niet erg wel en zei tegen een knecht: "Jan, je moest toch eens met me water naar de piskijker gaan, want ik weet niet wat me scheelt." Jan er dus heen, maar het was ver weg en hij moest een dorp door waar het kermis was. Hij kon de lust niet weerstaan om in de herberg eens een dansje te doen; maar hij was bang om zijn fleschje te breken. "O, dat is niets," zei de kasteleines, aan wie hij vertelde wat er in was; "dat zal ik wel zoo lang bewaren." Maar zij wilde er een grap mee hebben en goot het fleschje dus leeg en zegt tegen de meid: "Maak jij er nou je water in." Dat gebeurde en Jan komt bij de piskijker. Die bekijkt het en zegt: "De persoon van wie dit water is moet bevallen, maar is verder niet ziek." Jan hoort raar op en toen hij thuis komt, heeft pastoor bezoek. Hij wil het niet zeggen. Eindelijk komt pastoor in de keuken, omdat hij het toch absoluut weten wil. Toen zegt Jan het: dat pastoor bevallen moet. Groote consternatie natuurlijk. Eindelijk zeit de meid: "Ziet u nu wel, pastoor, had u mijn zin maar gedaan en had ik ondergelegen, dan zoudt u niet zwanger geworden wezen."
Onderwerp
AT 1739 - The Parson and the Calf   
ATU 1739 - The Clergyman and the Calf.   
Beschrijving
De knecht gaat met de pis van de pastoor naar de piskijker, maar in de kroeg halen ze een grap uit en verwisselen de pis. De piskijker constateert, dat de pastoor zwanger is. Knecht Jan zegt het tenslotte tegen de pastoor en de meid zegt: "Had mij nu maar onder laten liggen!"
Bron
Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)
Commentaar
eind 19e eeuw
The Parson and the Calf
Naam Overig in Tekst
Jan   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
