Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CBOEK315

Een mop (brief), 1881 - 1900

Hoofdtekst

Een boer besluit om zijn koeien te verkoopen en praat er over met zijn zoon. Die stelt voor dat hij ze wel naar de markt zal brengen. Zoo gaat hij er dan eerst met één koe op af. Onderweg moet hij voorbij een klooster. Daar staat een nonnetje voor de deur. Die spreekt hem aan en zegt: "Ga je met die koe naar de markt? 't Is een mooi beestje, je moest het aan mij geven." "Nou," zei de jongen, "hoeveel bied je er voor?" "Geld heb ik niet," zei het nonnetje. "Dan krijg-je de koe natuurlijk óók niet," zei de ander. "Je moest hem me toch maar geven: voor een zoen!" "Goed dan," zegt de jongen, "daar heb-je de koe." En toen zoende hij het nonnetje naar hartelust.
Een poos later gaat hij met de tweede koe naar de markt. Het nonnetje staat weer voor de deur. De koop raakt klaar en de jongen mag het nonnetje over haar buik strijken.
De zoon was dus weer gauw thuis en kwam de derde koe halen. Zijn vader dacht: "Waar brengt hij ze zoo gauw naar toe?" en gaat ze dus achter na. Die komt aan bij het klooster en het nonnetje vraagt ook om de derde koe. Eerst wil hij hem niet geven, maar eindelijk doet hij het als hij er eens mag. "Nou, goed dan," zeit het nonnetje, "kom dan maar mee." Ze gaan in het klooster en vader gaat hen achter na en dan ziet hij ze natuurlijk op elkaar liggen, druk aan de gang. "Bliksemsche jongen," roept hij, "ga der af; laat ik er ook wat van hebben. De koeien zijn van mij en zou jij dan alleen er pleizier voor hebben?!"

Beschrijving

Een boerenzoon brengt zijn koeien niet naar de markt maar naar een non en bij de derde koe besluit de vader hem te volgen, ziet de zoon met de non bezig en wil ook meedoen om nog iets aan zijn koeien over te houden.

Bron

Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)

Commentaar

eind 19e eeuw

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22