Hoofdtekst
Er was eens een prinses, die trouwen wilde. Daarom laat ze drie huwelijkscandidaten bij haar komen. Eerst een. Zij ligt naakt te bed en vraagt, terwijl ze op haar borsten wijst: "Wat is dat?" De ander denkt: "'t Is een prinses," en durft dus niet rechtuit spreken. "Dat is iets, dat iedere vrouw heeft," zegt hij. "Ga jij maar weer heen, jou kan ik niet gebruiken," zeit de prinses. De tweede komt en nu wijst ze tusschen haar beenen. "Wat is dat?" vraagt ze. De ander is ook bleu en zegt: "Dat is iets, waar iedere vrouw mee geboren wordt." Ook hij wordt weggestuurd. Toen komt de derde, die niet zoo schuw is en ze wijst weer op haar borst. Hij bedenkt zich niet lang, maar zegt: "Dat zijn de zandheuvelen des hemels." "Goed," zeit de prinses, "kleed je eens uit." Dat doet hij en ze wijst op hem en vraagt: "Wat is dat?" "Dat is de staf van Mozes." "En wat is dat?" "Dat zijn de klokken van Jericho." Toen wijst ze tusschen haar eigen beenen en hij zegt: "Dat is de berg met de vallende waterbron." "Leg dan de handen op de zandheuvels des hemels en sla met de staf van Mozes tegen de berg met de vallende waterbron en laat de klokken van Jericho luiden."
Beschrijving
Prinses test vrijers op preutsheid en kiest voor de minst preutse.
Bron
Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)
Commentaar
eind 19e eeuw
Naam Overig in Tekst
Mozes   
Naam Locatie in Tekst
Jericho   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
