Hoofdtekst
Iemand zegt tegen een pastoor: "Waarom trouwen de pastoors toch niet? U b.v. bent zoo'n ferme vent, 't is zonde dat je geen vrouw en kinderen hebt." "Neen," zei de pastoor, "ik trouw niet, want de kerk is mijn vrouw en de parochianen zijn mijn kinderen. Daar doe ik alles voor en zou ik mij voor opofferen." De vrager komt voorbij de kerk en ziet, dat er een leidekker op het dak zit. Hij gaat dan weer naar den pastoor toe en zegt: "Mijnheer pastoor, er kruipt een vent over je wijf en al je kinderen staan er naar te kijken."
Beschrijving
Nadat pastoor aangegeven heeft dat hij niet trouwt omdat de kerk zijn vrouw is en de parochianen zijn kinderen, zegt een man dat er een man over zijn vrouw kruipt en zijn kinderen staan te kijken als er een leidekker op het dak van de kerk bezig is.
Bron
Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)
Commentaar
eind 19e eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22