Hoofdtekst
Een jonge meid laat zich beslapen door de commensaal van haar ouders, maar na verloop van tijd moest deze vertrekken en de meid vroeg hem om als hij dan weg moet, haar toch dat vogeltje te laten, waarmee hij haar zoo dikwijls pleizier gedaan had. Hij gaf haar toen een vogel en deed die in een doos. Toen hij weg was en de meid weer graag was, deed ze dus de doos open. Maar o wee, het vogeltje vloog weg en ging op een schutting zitten. Toen ging ze achterover liggen, met haar beenen van elkaar, en riep: "Pst, pst, kom dan!"
(Ook: Een getrouwde knecht, die aan huis komt werken. Ze vraagt dan: "Kom je nu morgen weer?" "Dat kan niet, want ik hou anders niets over voor mijn vrouw, maar ik zal hem jou in een doosje geven.")
(Ook: Een getrouwde knecht, die aan huis komt werken. Ze vraagt dan: "Kom je nu morgen weer?" "Dat kan niet, want ik hou anders niets over voor mijn vrouw, maar ik zal hem jou in een doosje geven.")
Beschrijving
Varianten van verhaal over meisje dat gemeenschap heeft. Ze krijgt bij vertrek een vogel in een doosje, die ze als de vogel is ontsnapt, probeert te lokken door met gespreide benen te gaan liggen. In de tweede versie zegt de man dat hij nog iets moet overhouden voor zijn vrouw, maar hem in een doosje zal doen.
Bron
Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)
Commentaar
eind 19e eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22