Hoofdtekst
Van den jongen met den arend.
Er was eens een jager die als hij op de jacht ging zijn zoontje altijd meenam. Terwijl vader dan hazen of patrijzen schoot, ging Jantje als hij moe werd onder een grooten boom zitten om zijn boterham op te eten.
Op een goeden dag hoorde hij een luid geschreeuw boven zijn hoofd en hij zag een jongen arend, die in de takken verward zat. Jantje had medelijden en deelde dus zijn boterham met het dier, en dat deed hij in het vervolg iederen dag, zoodat de arend aan hem gewend raakte. Eindelijk besloot hij het beest te bevrijden. Hij maakte voorzichtig de pooten uit de takken los en de arend vloog weg. Maar het dier was zoo aan Jantje gehecht geraakt dat het dagelijks terugkwam en hem dan overal volgde.
Eenige jaren later kwamen de Kozakken in het land en zij verschenen ook in het dorp waar Jan woonde. Zijn vader en moeder werden op allerlei manieren door hen geplaagd: al wat Jans vader schoot aten ze op en als hij klaagde dat ze hem doodarm maakten, sloegen ze zijn moeder als hij op de jacht was. Maar eindelijk vertrokken ze en toen besloot Jan zich te wreken. Toen de paarden gezadeld waren nam hij een steen en gooide er mee, en een van de paarden viel dood neer. Dat verbitterde de Kozakken en ze zaten Jan na, pakten hem, bonden hem op een paard en namen hem mee naar Moskau. Hier dwongen ze hem om dienst te nemen en hij werd Kozak. Natuurlijk werd hij streng in 't oog gehouden, want ze waren bang dat hij zou vluchten.
Eens toen ze waren uitgereden zag Jan een grooten vogel boven hem vliegen en toen hij goed toekeek zag hij dat het zijn arend was. Die had hem dus gezocht en eindelijk in Rusland weer teruggevonden. Dat bracht hem op een idee. Natuurlijk wilde hij niets liever dan naar het vaderland terugkeeren en hij hoopte dat nu te kunnen doen. Hij vertelde dus aan ieder die het maar horen wilde dat hij van een toren kon springen zonder zich te bezeeren, en dat gerucht bereikte eindelijk ook den Keizer. Deze wilde dat wel eens zien en Jan moest dus voor den keizer komen, die hem een groote som geld beloofde als hij dat kunststuk volbracht. "Goed," zei Jan, "maar op één voorwaarde: dat u mij het geld van te voren geeft." Dat vond de Keizer goed en Jan kreeg het geld. Toen werd hij op het topje van den toren van Moskau gebracht en er werden overal soldaten gezet, zoodat hij niet stilletjes kon ontsnappen, als hij dat wou. Het heele plein voor de kerk stond vol menschen, maar Jan bleef rustig boven op den toren zitten. Het duurde echter niet lang of hij zag in de lucht een zwarte stip die al nader en nader kwam. Het was zijn geliefde arend. Hij ging naast Jan zitten en deze klom op zijn rug, en zoo vlogen ze samen weg. Toen de Keizer dat zag liet hij met geweren en kanonnen op hem schieten, maar het geschut droeg zoo ver niet en Jan bleef ongedeerd.
Zoo vlogen ze voort tot de arend zich eindelijk neerzette op den schoorsteen van het huis waar Jans ouders woonden. Hij keek er door en zag dat zijn vader mistroostig aan tafel zat en dat zijn moeder haar tranen niet kon weerhouden. Op eens riep hij: "Vader, moeder, hier ben ik!" en tot aller blijdschap hadden ze hun zoon in goeden welstand weerom. Het geld dat hij van den Keizer had gekregen had hij in zijn zak en zoo waren zij schatrijk.
Er was eens een jager die als hij op de jacht ging zijn zoontje altijd meenam. Terwijl vader dan hazen of patrijzen schoot, ging Jantje als hij moe werd onder een grooten boom zitten om zijn boterham op te eten.
Op een goeden dag hoorde hij een luid geschreeuw boven zijn hoofd en hij zag een jongen arend, die in de takken verward zat. Jantje had medelijden en deelde dus zijn boterham met het dier, en dat deed hij in het vervolg iederen dag, zoodat de arend aan hem gewend raakte. Eindelijk besloot hij het beest te bevrijden. Hij maakte voorzichtig de pooten uit de takken los en de arend vloog weg. Maar het dier was zoo aan Jantje gehecht geraakt dat het dagelijks terugkwam en hem dan overal volgde.
Eenige jaren later kwamen de Kozakken in het land en zij verschenen ook in het dorp waar Jan woonde. Zijn vader en moeder werden op allerlei manieren door hen geplaagd: al wat Jans vader schoot aten ze op en als hij klaagde dat ze hem doodarm maakten, sloegen ze zijn moeder als hij op de jacht was. Maar eindelijk vertrokken ze en toen besloot Jan zich te wreken. Toen de paarden gezadeld waren nam hij een steen en gooide er mee, en een van de paarden viel dood neer. Dat verbitterde de Kozakken en ze zaten Jan na, pakten hem, bonden hem op een paard en namen hem mee naar Moskau. Hier dwongen ze hem om dienst te nemen en hij werd Kozak. Natuurlijk werd hij streng in 't oog gehouden, want ze waren bang dat hij zou vluchten.
Eens toen ze waren uitgereden zag Jan een grooten vogel boven hem vliegen en toen hij goed toekeek zag hij dat het zijn arend was. Die had hem dus gezocht en eindelijk in Rusland weer teruggevonden. Dat bracht hem op een idee. Natuurlijk wilde hij niets liever dan naar het vaderland terugkeeren en hij hoopte dat nu te kunnen doen. Hij vertelde dus aan ieder die het maar horen wilde dat hij van een toren kon springen zonder zich te bezeeren, en dat gerucht bereikte eindelijk ook den Keizer. Deze wilde dat wel eens zien en Jan moest dus voor den keizer komen, die hem een groote som geld beloofde als hij dat kunststuk volbracht. "Goed," zei Jan, "maar op één voorwaarde: dat u mij het geld van te voren geeft." Dat vond de Keizer goed en Jan kreeg het geld. Toen werd hij op het topje van den toren van Moskau gebracht en er werden overal soldaten gezet, zoodat hij niet stilletjes kon ontsnappen, als hij dat wou. Het heele plein voor de kerk stond vol menschen, maar Jan bleef rustig boven op den toren zitten. Het duurde echter niet lang of hij zag in de lucht een zwarte stip die al nader en nader kwam. Het was zijn geliefde arend. Hij ging naast Jan zitten en deze klom op zijn rug, en zoo vlogen ze samen weg. Toen de Keizer dat zag liet hij met geweren en kanonnen op hem schieten, maar het geschut droeg zoo ver niet en Jan bleef ongedeerd.
Zoo vlogen ze voort tot de arend zich eindelijk neerzette op den schoorsteen van het huis waar Jans ouders woonden. Hij keek er door en zag dat zijn vader mistroostig aan tafel zat en dat zijn moeder haar tranen niet kon weerhouden. Op eens riep hij: "Vader, moeder, hier ben ik!" en tot aller blijdschap hadden ze hun zoon in goeden welstand weerom. Het geld dat hij van den Keizer had gekregen had hij in zijn zak en zoo waren zij schatrijk.
Onderwerp
TM 0556* - De jongen en zijn arend   
AT 0537 - The Marvellous Eagle Gives the Hero a Box which he must not open   
ATU 0537 - The Flight on the Grateful Eagle   
Beschrijving
Een jager neemt altijd zijn zoontje Jantje mee op de jacht. Op een dag ziet Jantje een jonge arend die in de takken verstrikt zit. Elke dag deelt Jantje zijn boterhammen met de arend, en op een dag bevrijdt hij de vogel. Sindsdien blijft de arend in de buurt van Jantje. Op een gegeven ogenblik trekken de kozakken het land binnen. Regelmatig bestelen zij Jantjes vader. Als de kozakken weer vertrekken, gooit Jantje uit wraak een van hun paarden dood met een steen. Jantje wordt gevangen en meegevoerd naar Moskou. Daar moet Jantje dienst nemen in het leger. Als Jantje ziet dat de arend hem gevolgd is, beweert Jantje dat hij van de toren kan springen zonder zich te bezeren. De keizer geeft hem hiervoor een grote som geld. Boven op de toren springt Jantje op de arend en vliegt naar huis. Zijn treurende ouders zijn erg blij om hem terug te zien, en vanaf die dag zijn ze ook nog schatrijk.
Bron
G.J. Boekenoogen 'Nederlandse sprookjes en vertelsels' in: Volkskunde 14 (1902), pp. 241-242 N°24
Commentaar
1901
De heer Sevenhuysen zou het verhaal van zijn vader hebben gehoord. Vgl. CBAK0245; SINVS077.
Alhoewel het verhaal er maar ten dele op lijkt, is deze vertelling wel gerekend tot AT 0537 (The Marvelous Eagle Gives the Hero a Box) ofwel ATU 537 (The Flight on the Grateful Eagle).
Alhoewel het verhaal er maar ten dele op lijkt, is deze vertelling wel gerekend tot AT 0537 (The Marvelous Eagle Gives the Hero a Box) ofwel ATU 537 (The Flight on the Grateful Eagle).
De jongen en zijn arend
Naam Overig in Tekst
Jan   
Jantje   
Kozakken   
Naam Locatie in Tekst
Moskou   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
