Hoofdtekst
Van het Winterkoninkje. B.
De vogels hielden eens een wedstrijd in het hoogvliegen. Wie het hoogste vloog zou koning worden. Alle vogels deden dus hun uiterste best, maar de arend kon het hoogste komen. Nu had het winterkoninkje zich stilletjes in de veeren van den arend verborgen en toen het merkte dat de arend vermoeid werd, vloog het te voorschijn, boven den arend uit, en riep:
Rikketikketik, rikketikketik,
Wie vliegt er hooger als ik?
Alle vogels waren boos en ze zeiden dat het winterkoninkje den prijs niet eerlijk verdiend had.
Ze schreven dus een nieuwen wedstrijd uit: in het laagvliegen. Alle vogels deden weer mee. Toen fladderden de kippen rond en de zwaluwen scheerden met hun buik rakelings over den grond, maar het winterkoninkje kroop in een muizengat en was dus het laagst van allen. Toen riep het:
Rikketikketik, rikketikketik,
Wie vliegt er lager als ik?
Geen van de andere vogels kon hem in dat kleine gaatje achterna kruipen en ze zagen dus geen kans om den bedrieger te straffen. Daarom droegen zij den uil op om bij het gat de wacht te houden. Die deed het en het winterkoninkje kon er dus niet uit. Maar het had den tijd en keek zoo nu en dan eens uit of de uil nog op post stond. En toen de uil eindelijk in slaap gevallen was, kroop het winterkoninkje voorzichtig uit het gat en maakte dat het weg kwam.
De vogels hielden eens een wedstrijd in het hoogvliegen. Wie het hoogste vloog zou koning worden. Alle vogels deden dus hun uiterste best, maar de arend kon het hoogste komen. Nu had het winterkoninkje zich stilletjes in de veeren van den arend verborgen en toen het merkte dat de arend vermoeid werd, vloog het te voorschijn, boven den arend uit, en riep:
Rikketikketik, rikketikketik,
Wie vliegt er hooger als ik?
Alle vogels waren boos en ze zeiden dat het winterkoninkje den prijs niet eerlijk verdiend had.
Ze schreven dus een nieuwen wedstrijd uit: in het laagvliegen. Alle vogels deden weer mee. Toen fladderden de kippen rond en de zwaluwen scheerden met hun buik rakelings over den grond, maar het winterkoninkje kroop in een muizengat en was dus het laagst van allen. Toen riep het:
Rikketikketik, rikketikketik,
Wie vliegt er lager als ik?
Geen van de andere vogels kon hem in dat kleine gaatje achterna kruipen en ze zagen dus geen kans om den bedrieger te straffen. Daarom droegen zij den uil op om bij het gat de wacht te houden. Die deed het en het winterkoninkje kon er dus niet uit. Maar het had den tijd en keek zoo nu en dan eens uit of de uil nog op post stond. En toen de uil eindelijk in slaap gevallen was, kroop het winterkoninkje voorzichtig uit het gat en maakte dat het weg kwam.
Onderwerp
AT 0221 - The Election of Bird-king   
ATU 0221 - The Election of King of Birds.   
Beschrijving
De vogels houden een wedstrijd hoogvliegen en de winnaar wordt koning. Het winterkoninkje, verstopt op de arend, wint. Maar de andere vogels vinden het niet eerlijk en ze houden een wedstrijd laagvliegen. Het winterkoninkje kruipt in een muizengat en roept:
"Rikketikketik, rikketikketik,
Wie vliegt er lager dan ik?"
De vogels zijn te groot en zetten de uil bij het gat op wacht, maar hij valt in slaap en het winterkoninkje ontsnapt.
"Rikketikketik, rikketikketik,
Wie vliegt er lager dan ik?"
De vogels zijn te groot en zetten de uil bij het gat op wacht, maar hij valt in slaap en het winterkoninkje ontsnapt.
Bron
G.J. Boekenoogen 'Nederlandse sprookjes en vertelsels' in: Volkskunde 15 (1903), pp.73-73 N°27B
Commentaar
1892
The Election of Bird-king
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
