Hoofdtekst
Van de luis en de vloo die op bezoek gingen.
Luis en vloo zouden samen bij hering (1) op bezoek gaan. Onderweg moesten ze over een vonder en vloo had het ongeluk er af te vallen. Daarom moest luis zoo lachen dat zijn achterste scheurde.
Toen ging vloo er op uit om een draad te halen om daarmee het gat te repareeren, en ze kwam bij den schoenmaker.
"Schoenmaker, geef me draad, want luus heeft zijn ers (2) gescheurd en we zullen samen naar hering gaan."
"Neen," zei schoenmaker, "ik geen draad of jij mij smalt (3)."
"Goed," zei vloo en ze ging naar den burg (4).
"Burg, geef me smalt. Smalt zal ik schoenmaker geven, schoenmaker zal mij draad geven, want luus heeft zijn ers gescheurd en we zullen samen naar hering gaan."
"Nee," zei burg, "ik geen smalt of jij mij eikel."
"Goed," zei vloo en ze ging naar de eiken.
"Eiken, geeft me eikel. Eikel zal ik burg geven, burg zal mij smalt geven, smalt zal ik schoenmaker geven, schoenmaker zal mij draad geven, want luus heeft zijn ers gescheurd en we zullen samen naar hering gaan."
"Nee," zeiden eiken, "ik geen eikel of jij mij plak (5)."
"Goed," zei vloo en ze ging naar de koe.
"Koe, geef me plak. Plak zal ik eiken geven, eiken zullen mij eikel geven, eikel zal ik burg geven, burg zal mij smalt geven, smalt zal ik schoenmaker geven, schoenmaker zal mij draad geven, want luus heeft zijn ers gescheurd en we zullen samen naar hering gaan."
"Nee," zei koe, "ik geen plak of jij mij strooi."
"Goed, " zei vloo en ze ging naar de dorschers.
"Dorschers, geeft me strooi. Strooi zal ik koe geven, koe zal mij plak geven, plak zal ik eiken geven, eiken zullen mij eikel geven, eikel zal ik burg geven, burg zal mij smalt geven, smalt zal ik schoenmaker geven, schoenmaker zal mij draad geven, want luus heeft zijn ers gescheurd en we zullen samen naar hering gaan."
"Nee," zeiden dorschers, "ik geen strooi of jij mij pap."
"Goed," zei vloo en ze ging naar de vrouw.
"Vrouw, geef me pap. Pap zal ik dorschers geven, dorschers zullen mij strooi geven, strooi zal ik koe geven, koe zal mij plak geven, plak zal ik eiken geven, eiken zullen mij eikel geven, eikel zal ik burg geven, burg zal mij smalt geven, smalt zal ik schoenmaker geven, schoenmaker zal mij draad geven, want luus heeft zijn ers gescheurd en we zullen samen naar hering gaan."
"Nee," zei vrouw, "ik geen pap of jij mij meel."
"Goed," zei vloo en ze ging naar den mulder.
"Mulder, geef me meel. Meel zal ik vrouw geven, vrouw zal mij pap geven, pap zal ik dorschers geven, dorschers zullen mij strooi geven, strooi zal ik koe geven, koe zal mij plak geven, plak zal ik eiken geven, eiken zullen mij eikel geven, eikel zal ik burg geven, burg zal mij smalt geven, smalt zal ik schoenmaker geven, schoenmaker zal mij draad geven, want luus heeft zijn ers gescheurd en we zullen samen naar hering gaan."
"Goed," zei de mulder. En vloo kreeg meel, en pap, en strooi, en plak, en eikel, en smalt, en draad, en wipte toen gauw naar huus toe en zei:
Mulder mij meel,
Ik vrouw meel,
Vrouw mij pap,
Ik dorschers pap,
Dorschers mij strooi,
Ik koe strooi,
Koe mij plak,
Ik eiken plak,
Eiken mij eikel,
Ik burg eikel,
Burg mij smalt,
Ik schoenmaker smalt,
Schoenmaker mij draad,
Ik luus ersnaad;
Nou zullen we samen naar hering gaan.
En zoo brachten ze samen het bezoek tot een goed einde.
1. haring. 2. aars. 3. Ik geef geen draad of jij moet mij smalt (smout, vet) geven. 4. varken. 5. mest.
Luis en vloo zouden samen bij hering (1) op bezoek gaan. Onderweg moesten ze over een vonder en vloo had het ongeluk er af te vallen. Daarom moest luis zoo lachen dat zijn achterste scheurde.
Toen ging vloo er op uit om een draad te halen om daarmee het gat te repareeren, en ze kwam bij den schoenmaker.
"Schoenmaker, geef me draad, want luus heeft zijn ers (2) gescheurd en we zullen samen naar hering gaan."
"Neen," zei schoenmaker, "ik geen draad of jij mij smalt (3)."
"Goed," zei vloo en ze ging naar den burg (4).
"Burg, geef me smalt. Smalt zal ik schoenmaker geven, schoenmaker zal mij draad geven, want luus heeft zijn ers gescheurd en we zullen samen naar hering gaan."
"Nee," zei burg, "ik geen smalt of jij mij eikel."
"Goed," zei vloo en ze ging naar de eiken.
"Eiken, geeft me eikel. Eikel zal ik burg geven, burg zal mij smalt geven, smalt zal ik schoenmaker geven, schoenmaker zal mij draad geven, want luus heeft zijn ers gescheurd en we zullen samen naar hering gaan."
"Nee," zeiden eiken, "ik geen eikel of jij mij plak (5)."
"Goed," zei vloo en ze ging naar de koe.
"Koe, geef me plak. Plak zal ik eiken geven, eiken zullen mij eikel geven, eikel zal ik burg geven, burg zal mij smalt geven, smalt zal ik schoenmaker geven, schoenmaker zal mij draad geven, want luus heeft zijn ers gescheurd en we zullen samen naar hering gaan."
"Nee," zei koe, "ik geen plak of jij mij strooi."
"Goed, " zei vloo en ze ging naar de dorschers.
"Dorschers, geeft me strooi. Strooi zal ik koe geven, koe zal mij plak geven, plak zal ik eiken geven, eiken zullen mij eikel geven, eikel zal ik burg geven, burg zal mij smalt geven, smalt zal ik schoenmaker geven, schoenmaker zal mij draad geven, want luus heeft zijn ers gescheurd en we zullen samen naar hering gaan."
"Nee," zeiden dorschers, "ik geen strooi of jij mij pap."
"Goed," zei vloo en ze ging naar de vrouw.
"Vrouw, geef me pap. Pap zal ik dorschers geven, dorschers zullen mij strooi geven, strooi zal ik koe geven, koe zal mij plak geven, plak zal ik eiken geven, eiken zullen mij eikel geven, eikel zal ik burg geven, burg zal mij smalt geven, smalt zal ik schoenmaker geven, schoenmaker zal mij draad geven, want luus heeft zijn ers gescheurd en we zullen samen naar hering gaan."
"Nee," zei vrouw, "ik geen pap of jij mij meel."
"Goed," zei vloo en ze ging naar den mulder.
"Mulder, geef me meel. Meel zal ik vrouw geven, vrouw zal mij pap geven, pap zal ik dorschers geven, dorschers zullen mij strooi geven, strooi zal ik koe geven, koe zal mij plak geven, plak zal ik eiken geven, eiken zullen mij eikel geven, eikel zal ik burg geven, burg zal mij smalt geven, smalt zal ik schoenmaker geven, schoenmaker zal mij draad geven, want luus heeft zijn ers gescheurd en we zullen samen naar hering gaan."
"Goed," zei de mulder. En vloo kreeg meel, en pap, en strooi, en plak, en eikel, en smalt, en draad, en wipte toen gauw naar huus toe en zei:
Mulder mij meel,
Ik vrouw meel,
Vrouw mij pap,
Ik dorschers pap,
Dorschers mij strooi,
Ik koe strooi,
Koe mij plak,
Ik eiken plak,
Eiken mij eikel,
Ik burg eikel,
Burg mij smalt,
Ik schoenmaker smalt,
Schoenmaker mij draad,
Ik luus ersnaad;
Nou zullen we samen naar hering gaan.
En zoo brachten ze samen het bezoek tot een goed einde.
1. haring. 2. aars. 3. Ik geef geen draad of jij moet mij smalt (smout, vet) geven. 4. varken. 5. mest.
Onderwerp
AT 2032 - The Cock's Whiskers   
ATU 2032 - The Healing of the Injured Animal   
Beschrijving
Luis en vlo gaan bij haring op bezoek, steken onderweg over een vonder en vlo valt eraf, waar luis zo om moet lachen, dat zijn achterste scheurt. Vlo gaat naar de schoenmaker voor draad, Die wil ervoor vet en de vlo gaat naar het varken en die wil ervoor eikels. De eik wil mest, de koe wil stro, de dorsers willen pap, de vrouw wil meel en de molenaar geeft meel, zodat vlo pap, stro, mest, eikels, vet en draad krijgt en luis' aarsnaad ermee naait, zodat ze bij haring op bezoek kunnen.
Bron
G.J. Boekenoogen 'Nederlandse sprookjes en vertelsels' in: Volkskunde 15 (1903), pp. 75-77 N°29
Commentaar
1899
vgl. CBOEK534.
The Cock's Whiskers
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
