Hoofdtekst
Er was ereis een boer, die zich voor waarzegger uitgaf, maar hij wist er niets meer van dan jij of ik.
Nu was er van den koning een gouden ring gestolen en men kon maar niet ontdekken wie het gedaan had. Daarom besloot men den waarzegger te ontbieden, want misschien zou die den diefstal kunnen uitbrengen. Die boer dan heette Kriek en toen hij hoorde dat hij aan het hof moest komen, werd hij erg benauwd; maar hij durfde natuurlijk niet weigeren. En hij ging dus. De koning vertelde hem van den ring en zei dat hij over drie dagen moest vertellen waar de ring gebleven was, want dat hij anders als een bedrieger zou worden gestraft. Toen werd hij in een kamer gebracht, waar hij te eten en te drinken kreeg wat hij wilde. Hij had het dus erg best, maar toch was hij alles behalve op zijn gemak; en toen de knecht hem op den avond van den eersten dag zijn avondeten bracht, zei hij met een zucht: "Dat is er een." Natuurlijk bedoelde hij: "Dat is één dag en ik weet nog niks;" maar de knecht vatte het anders op, want hij was een van de dieven van dien ring, en zei verschrikt tegen zijn maats: "Hij weet het al; ik durf niet meer naar binnen." Den tweeden dag kwam dus een andere knecht bedienen, maar toen die binnenkwam zei Kriek: "Dat is de tweede." Hij bedoelde natuurlijk weer: "De tweede dag," maar de knecht, die ook in het complot was, paste het weer op zich zelf toe en zei tegen zijn maats: "Hij weet alles; mij heeft hij ook al aangewezen. Het zal dunkt me maar het beste wezen om alles te bekennen en te vragen of hij ons wil helpen." Den volgenden dag ging dus de derde knecht bedienen en toen de boer weer zei: "Dat is de derde," viel hij op zijn knieën en vroeg of hij hem en zijn maats niet verklappen wou. Toen vertelde de man alles en onze waarzegger beloofde hen te zullen helpen. Hij vroeg toen of de koning dikwijls in den tuin bij de kippen kwam en de kalkoenen wel eens voerde. Dat was zoo. "Goed," zei hij, "laat dan den kalkoenschen haan den ring opslokken, dan zal alles nog terecht komen." Het gebeurde. En toen nu de koning op het eind van den derden dag bij hem kwam en vroeg of hij wist waar de ring was, en wie hem gestolen had, zei hij: "Zeker weet ik dat, sire; maar de ring is niet door menschen gestolen." Toen liet hij den kalkoenschen haan halen en zei: "Dat is de boosdoener." En werkelijk toen het beest geslacht werd, kwam de ring uit zijn maag te voorschijn. De koning was natuurlijk erg in zijn schik, maar hij vond het toch wel een beetje vreemd dat de ring zonder dat hij er wat van gemerkt had van zijn vinger was gegleden, toen hij de kalkoenen voerde. Hij was ook niet van één winter en geloofde alles maar zoo niet. Daarom besloot hij den waarzegger nog eens op de proef te stellen. Hij nam toen een dichte schaal, en omdat hij toevallig net een kriek (1) vond, deed hij dien er in. Toen zei hij: "Hier heb ik een schaal. Als je me nu binnen drie uren zeggen kunt wat daarin zit, dan zal ik je rijk maken; maar kun-je het niet raden, dan is er niets aan te doen, maar je wordt als een bedrieger opgehangen." De boer keek de schaal ereis aan, maar hij kon er natuurlijk niet doorheen zien, en omdat hij dacht dat hij het toch nooit zou raden, zei hij zuchtend:
"Kriekie zit gevangen:
Kriekie die mot hangen!"
"Juist zoo," zei de koning, "er zit een kriekje in. Je bent vrij en ik geloof dat je een echte waarzegger bent." Toen kreeg de man zooveel geld, dat hij voortaan zonder zorgen kon leven. En hij vond het toen maar veiliger om het waarzeggen er aan te geven.
1. Huiskrekel.
Onderwerp
AT 1641 - Doctor Know-All   
ATU 1641 - Doctor Know-All.   
Beschrijving
Bron
Motief
K1956 - Sham wise man.   
N611.1 - Criminal accidentally detected: “that is the first”--sham wise man.   
N688 - What is in the dish: “Poor Crab”.   
K1956.2 - Sham wise man hides something and is rewarded for finding it.   
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Kriek   
Kriekie   
