Hoofdtekst
In eene andere lezing, uit Broek in Waterland, wordt verteld dat een sergeant jaren lang in het leger had gediend, zonder verhoogd te worden; anderen werden hem altijd voorgetrokken. Dat begon hem eindelijk te verdrieten en hij liep dus weg. Zoo komt hij in een bosch en ontmoet daar den koning, die aan het jagen was geweest, maar bij het vervolgen van een hert van zijn gevolg afgeraakt en heelemaal verdwaald was. De sergeant weet niet dat het de koning is en vertelt dat hij gedeserteerd is, omdat men hem in het leger zoo onrechtvaardig behandelde; en hij doet een boekje open van al de misbruiken die hij bij het leger had opgemerkt. Zoo komen ze dan in de rooverherberg. De meid waarschuwt hen en de sergeant zegt tegen den koning: "Als we aan het kaartspelen zijn en ik trap je op je toonen, blaas-jij dan het licht uit, dan zal ik ze wel te grazen nemen." Maar terwijl ze zitten te spelen loopt de hond over den koning zijn voeten. Deze blaast het licht uit en de roovers beginnen te vechten en te schreeuwen. De koning vliegt in den schoorsteen, maar de sergeant grijpt zijn sabel en slaat er zoo op los, dat de roovers om vergiffenis vragen en bebloed en wel aftrekken. Den volgenden morgen gaat de sergeant met den koning naar de stad en deze raadt hem aan om toch maar weer naar de kazerne terug te keeren, omdat hij toch wel zag dat het zwervend leven ook niet alles was. Dat vindt de sergeant ook en hij gaat dus naar de kazerne. Maar hij is daar nog niet lang of er komt een boodschap van het paleis dat de sergeant voor den koning moet komen. Deze schrikt en denkt dat men verraden had dat hij gedeserteerd was; maar er is niets aan te doen; hij moet mee. Zoo komt hij in het paleis, en de koning vraagt of hij hem niet meer gezien heeft; toen herkent hij zijn reiskameraad. Het spreekt van zelf dat onze sergeant verhoogd werd, maar de koning zei, dat hij nu ook zorgen moest dat de fouten waar hij van gesproken had spoedig verbeterd werden.
Onderwerp
AT 0952 - The King and the Soldier   
ATU 0952 - The King and the Soldier.   
Beschrijving
Een sergeant deserteert uit het leger omdat hij maar steeds niet bevorderd wordt. Als hij het bos intrekt, ontmoet hij de koning, die de jachtstoet is kwijtgeraakt en nu verdwaald is. Het tweetal raakt aan de praat. De sergeant herkent de koning niet, en de koning verzwijgt wie hij is. De sergeant vertelt dat hij gedeserteerd is en klaagt over het leger. Tegen de avond vragen de sergeant en de koning onderdak, maar de dienstmeid waarschuwt hen: 's avonds komen er altijd rovers, met wie de reizigers altijd eerst moeten kaartspelen. Daarna maken de rovers altijd ruzie, doden de reizigers en beroven ze. De sergeant heeft een plan om de rovers te vangen: als de sergeant tijdens het kaartspelen de koning op zijn voet trapt, moet deze het licht uitblazen. Daarna zullen ze de rovers overmeesteren. Even later gaan ze kaartspelen met de rovers. Een hond loopt over de voet van de koning. De koning blaast het licht uit. De sergeant haalt zijn sabel en ranselt de rovers af. De rovers smeken om genade en vluchten gewond. Daarna weet de koning de sergeant om te praten: hij keert terug naar de kazerne. De volgende dag wordt de sergeant aan het hof ontboden. Nu herkent hij in de koning zijn reismakker van gisteren. De sergeant wordt bevorderd en moet de misstanden in het leger rechtzetten.
Bron
G.J. Boekenoogen 'Nederlandse sprookjes en vertelsels' in: Volkskunde 17 (1905), p.106 N°73 var.
Commentaar
[2 oktober 1901]
vervolg BOEKV097; vgl. CBAK0218
The King and the Soldier
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
