Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

BOEKV111 - Van de begraven Juweelen.

Een sprookje (), woensdag 02 oktober 1901

Hoofdtekst

Van de begraven Juweelen
Er was eens een kamenier of een huishoudster, dat weet ik zoo recht niet meer, in dienst van een hertogin. Omdat ze goed oppaste, was ze bij deze erg in de gratie, zoo zeer dat ze van haar mevrouw een heel kistje met juweelen kreeg en op het laatst nog een heeleboel geld ook.
Ze trouwde en kon dus behoorlijk leven. Maar helaas, haar man stierf gauw en de jongen dien ze kregen wou niet heel goed oppassen. Al wat zij had maakte hij op, zoodat ze op het laatst niets meer overhield dan het kistje met juweelen. Van verdriet werd ze ziek en stierf, maar omdat haar zoon er toch maar slechtigheid mee zou doen, had ze bepaald dat de juweelen met haar begraven zouden worden. Die wensch werd natuurlijk vervuld en niemand wist er van dan haar zoon en de doodgraver.
Er verliep een half jaar, maar toen dacht de doodgraver: "'t Is toch zonde dat die juweelen zoo nutteloos begraven zijn; waarom zou ik het kistje niet weghalen?" En des nachts ging hij stilletjes het kerkhof op, klom op het dak van den grafkelder en liet zich daarin naar beneden zakken. En wat vond hij daar? Den zoon, maar zoo dood als een pier. Die had toevallig juist dien avond hetzelfde willen doen. Maar toen hij den doodgraver zag neerdalen, was hij zoo geschrokken dat hij met het kistje in zijn handen in eens dood gebleven was. Hij zat nog op zijn knieën, zooals hij de kist open gemaakt had.

Beschrijving

Een huishoudster krijgt vanwege haar goede diensten van de hertogin een kistje juwelen en een hoeveelheid geld. Nu is ze in staat om te trouwen. Haar echtgenoot sterft echter al snel. Haar zoon wil niet deugen, en maakt al haar geld op. Op het laatst heeft ze alleen het kistje met juwelen nog maar. Als ze sterft, heeft ze in haar testament vastgelegd dat het kistje met de juwelen mee begraven worden. Dit gebeurt. Alleen de doodgraver en de zoon weten hier van. Na een half jaar wil de doodgraver het kistje weg gaan halen. Als hij in de grafkelder komt, vindt hij de zoon dood. Deze was ook gekomen om te stelen, maar hij was zo geschrokken dat hij met het kistje in zijn handen is overleden.

Bron

G.J. Boekenoogen 'Nederlandse sprookjes en vertelsels' in: Volkskunde 18 (1906), p. 70 N°85

Commentaar

[2 oktober] 1901
vgl. CBAK0219

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20