Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

BOEKV115 - Van den gestraften rechter.

Een sprookje (), zondag 22 december 1901

Hoofdtekst

Van den gestraften rechter
Er was eens een man; die was handschoenmaker van zijn ambacht. Hij wou trouwen en zette toen een handschoenzaak op. Zijn zaken gingen goed, want hij had veel te doen, en hij kreeg onder de hand een paar kinderen. Maar hoe voorspoedig zijn zaken ook gingen, het was vreemd, toch verloor hij geld. Hij zei dus tegen zijn vrouw: "Ik word bestolen." Hij keek toen goed toe en ja, toen zag hij dat zijn knecht het geld uit de winkellade stal. Hij gaf hem een geduchte schrobbeering. De knecht werd kwaad en stal nog erger. Natuurlijk werd de man toen weggejaagd, maar hij ging heen met de bedreiging dat hij het zijn baas betaald zou zetten. Werkelijk gebeurde dat: hij bracht hem op allerlei manieren schade toe en het eind en slot was dat de handschoenmaker zijn zaak moest opruimen en naar Amerika moest gaan.
Maar zooals je weet: eer je naar Amerika gaat, moet je Engeland aandoen. Nou, daar logeerden ze een nacht in een logement. Zijn knecht was hen (natuurlijk zonder dat ze het wisten) achterna gegaan en was dus ook in dat logement. Toen werd er in dien nacht een gouden horloge gestolen. Dat merkten ze 's morgens en niemand mocht het huis uit eer zijn boeltje onderzocht was. "Onderzoek mij maar eerst," zei de handschoenmaker; dus hij doet zijn koffer open. En wat vinden ze? Het gouden horloge. Hij wist niet wat hij zag, maar het hielp hem niet of hij al zei dat hij onschuldig was, en hij moest in de kast. Zijn vrouw en kinderen moesten haar fortuin maar zoeken; dus die gingen weer naar Holland terug.
Toen moest de man voor den rechter komen. Daar werd over en weer gepraat. Hij legde alles uit, maar ze geloofden hem niet en hij werd veroordeeld om over een paar dagen opgehangen te worden. Hij zei: "Ik ben onschuldig. Geef mij nog een maand uitstel: de man die het gedaan heeft zal wel in de rechtzaal wezen en in dien tijd medelijden met mij en mijn arme vrouw en kinderen krijgen." Maar er was niets aan te doen: de rechter werd kwaad en de handschoenmaker ook, en op het laatst zei die tegen den rechter: "Over veertien dagen, op dezen dag zal-je voor den oppersten rechter geroepen worden om te verantwoorden wat je gedaan hebt."
De handschoenmaker werd opgehangen, maar toen de veertien dagen verloopen waren, werden er weer strafzaken verhandeld en toen moest de knecht voorkomen. Die had, toen zijn geld op was, gestolen, maar was gepakt en had zich nou te verantwoorden. Hij was erg brutaal en kreeg een uitbrander van den rechter, maar toen werd hij zoo nijdig dat hij uitriep: "Ik ben niet zoo'n groote boosdoener als jij: jij laat onschuldige menschen ophangen. Zooals die arme handschoenmaker voor veertien dagen zei: de man die het gedaan had zat werkelijk in de zaal. Ik was bij de uitspraak en ik had het horloge gestolen. Maar jij hebt het op je geweten dat de man opgehangen is en ook nog dat zijn vrouw en kinderen zich in de Maas verdronken hebben." Daar schrok de rechter zoo van, dat hij een beroerte kreeg. En zoo was hij juist na veertien dagen voor den oppersten rechterstoel.

Beschrijving

Alhoewel de zaken van een handschoenmaker goed lopen, komt hij toch steeds geld te kort. Dan merkt hij dat zijn knecht hem besteelt. Hij geeft de knecht een uitbrander, waarna deze nog erger begint te stelen. Dan ontslaat de handschoenmaker de knecht, maar deze zweert wraak. Op allerlei manieren probeert de knecht zijn voormalige baas schade toe te brengen. De handschoenmaker besluit uiteindelijk met zijn gezin naar Amerika te emigreren. Eerst wordt er overgestoken naar Engeland, en de knecht reist hen heimelijk na. In de herberg wordt een gouden horloge gestolen, die wordt teruggevonden in de koffer van de handschoenmaker. Als hij moet voorkomen, zijn vrouw en kinderen al weer in Holland. De handschoenmaker ontkent, legt alles uit en zegt dat de dader waarschijnlijk in de zaal zit. Het helpt niet: hij wordt ter dood veroordeeld. De man spreekt tot de rechter: over veertien dagen zal jij je voor je daden moeten verantwoorden voor Gods rechterstoel. Twee eken later staat de knecht voor de rechter terecht. Na een reprimande van de rechter, zegt de knecht dat de rechter een groter boosdoener is: de rechter heeft een onschuldige laten ophangen, terwijl de dader inderdaad in de zaal zat. En vrouw en kinderen van de veroordeelde hebben zelfmoord gepleegd. Hiervan schrikt de rechter zozeer, dat hij aan een beroerte sterft, en dus precies na veertien dagen voor Gods rechterstoel verschijnt.

Bron

G.J. Boekenoogen 'Nederlandse sprookjes en vertelsels' in: Volkskunde 18 (1906), pp. 73-75 N°89

Commentaar

[22 december] 1901
vgl. CBAK0293

Naam Overig in Tekst

God    God   

Opperste Rechter    Opperste Rechter   

Naam Locatie in Tekst

Amerika    Amerika   

Engeland    Engeland   

Holland    Holland   

Maas    Maas   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20