Hoofdtekst
Van een reiziger.
Een reiziger logeerde in een herberg; dat dacht hij ten minste, maar het was een moordenaarshol.
Terwijl hij door het huis liep, zag hij een vrouwtje aan het darmen schrapen. "Wat doe-jij daar?" vroeg hij. "Ik maak de darmen der vermoorde reizigers schoon. Strak[s] moet jij er ook an." Daar hoorde hij niet vroolijk van op, te meer toen hij merkte dat hij opgesloten was en nergens uit kon.
Maar het liep nog goed af, want hij wist met zijn zakmes een gat in de deur te maken en zoo te ontsnappen. En toen heeft hij gezorgd dat de roovers gepakt werden.
Een reiziger logeerde in een herberg; dat dacht hij ten minste, maar het was een moordenaarshol.
Terwijl hij door het huis liep, zag hij een vrouwtje aan het darmen schrapen. "Wat doe-jij daar?" vroeg hij. "Ik maak de darmen der vermoorde reizigers schoon. Strak[s] moet jij er ook an." Daar hoorde hij niet vroolijk van op, te meer toen hij merkte dat hij opgesloten was en nergens uit kon.
Maar het liep nog goed af, want hij wist met zijn zakmes een gat in de deur te maken en zoo te ontsnappen. En toen heeft hij gezorgd dat de roovers gepakt werden.
Beschrijving
Een reiziger logeert in een herberg en wordt in een kamer opgesloten. Daar zit een vrouwtje de darmen van de vermoorde reizigers schoon te schrapen. De man weet te ontkomen door een gat met zijn zakmes in de deur te maken. Daarna zorgt hij dat de rovers opgepakt worden.
Bron
G.J. Boekenoogen 'Nederlandse sprookjes en vertelsels' in: Volkskunde 19 (1907-1908), p. 27 N°101
Commentaar
1899
vgl. CBAK0147
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20