Hoofdtekst
Van begraven schatten. C.
Er waren eens een paar arme menschen, die braaf oppasten en in een klein huisje woonden. Op een goeden nacht droomde de man dat er een schat bij zijn huis begraven lag; op eens kwam er een stem: "Jan, Jan, je moet graven daar en daar, dan zal-je een schat vinden." Hij hechtte er geen waarde aan, maar den volgenden nacht hoorde hij weer: "Jan, Jan, je moet opstaan en graven gaan, anders verlies-je den schat." Toen is hij opgestaan en heeft den schat gevonden ook.
Er waren eens een paar arme menschen, die braaf oppasten en in een klein huisje woonden. Op een goeden nacht droomde de man dat er een schat bij zijn huis begraven lag; op eens kwam er een stem: "Jan, Jan, je moet graven daar en daar, dan zal-je een schat vinden." Hij hechtte er geen waarde aan, maar den volgenden nacht hoorde hij weer: "Jan, Jan, je moet opstaan en graven gaan, anders verlies-je den schat." Toen is hij opgestaan en heeft den schat gevonden ook.
Beschrijving
Een arme man droomt elke nacht dat er een schat is begraven bij zijn huis. Elke nacht roept een stem hem op om te gaan graven. Als de man gaat graven, vindt hij inderdaad een schat.
Bron
G.J. Boekenoogen 'Nederlandse sprookjes en vertelsels' in: Volkskunde 19 (1907-1908), p. 153 N°118C
Commentaar
[brief november] 1901
vgl. CBAK0242
Naam Overig in Tekst
Jan   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
