Hoofdtekst
Van begraven schatten. B.
Een molenaar kon geen knechts houden; en wonder was dat niet, want 's nachts om twaalf uur begon zijn molen uit zichzelf te malen en was het er een leven als een oordeel. Door ondervinding geleerd, besloot hij om het verder maar zonder knecht te stellen.
Maar op een goeden dag meldde er zich toch een aan, en na wat over en weer praten zouden zij het dan nog eens probeeren. De knecht zou dus dien nacht in den molen blijven. Het werd twaalf uur; en de klok was nog niet koud of de molen begon te malen, hoewel het bladstil was. Tegelijk werd er een leven gemaakt dat hem hooren en zien verging. Op zijn gemak was de knecht niet, maar hij bleef toch op zijn post. Op eens zag hij vier mannen uit den grond opkomen; ze hadden een tafeltje meegebracht en gingen daaraan zitten. Toen begonnen ze geld te tellen, al maar zonder ophouden, totdat de klok één sloeg; toen verdween alles zooals het gekomen was.
Den volgenden morgen vertelde hij zijn bevinding en zei meteen dat hij toch maar liever niet blijven wou. Maar de molenaar wist hem te bepraten om het nog een nacht te probeeren.
Precies om twaalf uur begon de molen weer te draaien, onder een verschrikkelijk lawaai. Weer verschenen de vier mannen en bleven ze geld tellen, tot om één uur alles weer een eind nam.
Maar ondertusschen was de knecht op een idee gekomen. Hij stelde den baas voor den vloer van den molen open te breken en den grond eens te onderzoeken. De baas durfde dat niet, maar de knecht kreeg permissie het zelf te doen. Hij brak den vloer op en groef op de plaats, waar hij de mannen had zien komen en gaan, en vond een grooten schat. Daarop heeft het spoken opgehouden.
Een molenaar kon geen knechts houden; en wonder was dat niet, want 's nachts om twaalf uur begon zijn molen uit zichzelf te malen en was het er een leven als een oordeel. Door ondervinding geleerd, besloot hij om het verder maar zonder knecht te stellen.
Maar op een goeden dag meldde er zich toch een aan, en na wat over en weer praten zouden zij het dan nog eens probeeren. De knecht zou dus dien nacht in den molen blijven. Het werd twaalf uur; en de klok was nog niet koud of de molen begon te malen, hoewel het bladstil was. Tegelijk werd er een leven gemaakt dat hem hooren en zien verging. Op zijn gemak was de knecht niet, maar hij bleef toch op zijn post. Op eens zag hij vier mannen uit den grond opkomen; ze hadden een tafeltje meegebracht en gingen daaraan zitten. Toen begonnen ze geld te tellen, al maar zonder ophouden, totdat de klok één sloeg; toen verdween alles zooals het gekomen was.
Den volgenden morgen vertelde hij zijn bevinding en zei meteen dat hij toch maar liever niet blijven wou. Maar de molenaar wist hem te bepraten om het nog een nacht te probeeren.
Precies om twaalf uur begon de molen weer te draaien, onder een verschrikkelijk lawaai. Weer verschenen de vier mannen en bleven ze geld tellen, tot om één uur alles weer een eind nam.
Maar ondertusschen was de knecht op een idee gekomen. Hij stelde den baas voor den vloer van den molen open te breken en den grond eens te onderzoeken. De baas durfde dat niet, maar de knecht kreeg permissie het zelf te doen. Hij brak den vloer op en groef op de plaats, waar hij de mannen had zien komen en gaan, en vond een grooten schat. Daarop heeft het spoken opgehouden.
Onderwerp
SINSAG 0401 - Der verborgene Schatz.   
Beschrijving
Bij een molenaar lopen alle knechten weg, omdat het in de molen spookt: om middernacht begint de molen uit zichzelf te malen, en klinkt er onverklaarbaar kabaal. Er meldt zich een nieuwe knecht. Hij slaapt in de molen en wordt om middernacht wakker van de herrie. Hij ziet vier mannen uit de vloer opdoemen die geld gaan zitten tellen. Om één uur houdt alle gespook weer op. De volgende nacht herhaalt zich het hele tafereel. De knecht krijgt het vermoeden dat er oneerlijk verkregen geld begraven moet liggen. Hij krijgt van de molenaar permissie om te zoeken. De knecht breekt de vloer open, gaat graven en vindt een grote schat. Sindsdien spookt het niet meer in de molen.
Bron
G.J. Boekenoogen 'Nederlandse sprookjes en vertelsels' in: Volkskunde 19 (1907-1908), pp. 152-153 N°118B
Commentaar
[23 april] 1901
[Informant uit Zuiderwoude (roeier)]
vgl. CBAK0171
vgl. CBAK0171
Der verborgene Schatz.
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
