Hoofdtekst
Van menschen die de zwarte kunst verstonden.
Herk O., die voor jaren te Berkhout leefde, verstond de zwarte kunst. Die had hij geleerd uit een tooverboekje, het zoogenaamde duivelsboekje. Dat had hij gekregen van een schippersknecht. Nu is het bijzondere van dat boekje dat men het niet kwijt kan raken dan aan iemend die het wil hebben en die sterker is dan de eigenaar. Weggooien, verbranden of verscheuren kan men het niet; als men het verliest komt het telkens weerom. Later heeft Herk er ook af gewild, maar geen liefhebbers gevonden.
Er worden van hem allerlei gekke stukjes verteld. Eens was hij op een deftige visite. Iedereen begon te lachen. En waarom? De een had een varkenskop, de ander een spreeuwenkop, enz. enz.; maar niemand wist dat hij zelf er ook zoo raar uitzag.
Herk kon maken dat men geen chocolade uit een vollen pot kon schenken. Een andere maal maakte hij dat de melk voor de chocolade niet aan den kook wou raken.
Het gebeurde meermalen dat de trekschuit naar Hoorn onderweg bleef steken. Bij ondervinding wist men dat dit door Herk kwam. Ze stuurden dan iemand naar Berkhout — dat meer dan een uur loopen was — om de hulp van Herk te vragen. Voordat de man uit Berkhout vertrok, was de schuit dan al los en ging het zoo hard als het kon, zoodat men het paard haast niet bij kon houden.
Eens moest de schuit door een brug. De jager zette het paard aan, maar het water begon zoo geweldig te stroomen, terwijl er anders nooit stroom was, dat de schuit met paard en al achteruit geduwd werd en tegen een stuk land gegooid. Men besloot naar Herk te gaan, omdat men dien ervan verdacht. Die had het land aan den schipper omdat hij zoo onbeschoft was. Toen hij Herk nu 'beleefd' verzocht hem te helpen, zei deze: "Nou dat jij mensch ben, zal ik ook mensch wezen; gaan je gang maar." De stroom hield op en het ging harder dan te voren.
Eens zat de zegsman in de trekschuit. De schipper had een nieuwe jaaglijn. En toch: op een gegeven oogenblik brak de lijn. Het touw was wel stuk, maar de uiteinden waren niet ruig; 't was net of ze met een mes waren doorgesneden. Herk was toen in de buurt.
Eens stond een poep (l) te wateren, toen de menschen naar de kerk gingen. "Dat is ook fatsoenlijk," zei Herk, "zoo te gaan staan!" "Dat gaot joe niet an," zei de poep. "Blijf dan zoo staan," zei Herk; en de poep heeft den heelen kerktijd zoo gestaan. Toen de kerk uitging, vroeg de poep: "Och, laot mi noe gaon," waarop Herk hem weer vrijliet.
Rijtuigen en paarden kon hij op den openbaren weg laten stilstaan of draven naar believen.
De dominee van Berkhout geloofde evenwel niet dat Herk de zwarte kunst verstond. Hij is bij hem op een rookje gegaan (2) en heeft bij hem gegeten. Toen heeft Herk een loopje met hem genomen. Als hij zijn pijp wou stoppen, bleef zijn arm krom staan of kon hij zijn vingers niet krom krijgen. Toen hij zou eten kon hij zijn lepel niet verder dan tot aan den mond krijgen, enz. Ten slotte was ook zijn Eerwaarde overtuigd.
1. hannekemaaier. 2. een pijp bij hem komen rooken.
Herk O., die voor jaren te Berkhout leefde, verstond de zwarte kunst. Die had hij geleerd uit een tooverboekje, het zoogenaamde duivelsboekje. Dat had hij gekregen van een schippersknecht. Nu is het bijzondere van dat boekje dat men het niet kwijt kan raken dan aan iemend die het wil hebben en die sterker is dan de eigenaar. Weggooien, verbranden of verscheuren kan men het niet; als men het verliest komt het telkens weerom. Later heeft Herk er ook af gewild, maar geen liefhebbers gevonden.
Er worden van hem allerlei gekke stukjes verteld. Eens was hij op een deftige visite. Iedereen begon te lachen. En waarom? De een had een varkenskop, de ander een spreeuwenkop, enz. enz.; maar niemand wist dat hij zelf er ook zoo raar uitzag.
Herk kon maken dat men geen chocolade uit een vollen pot kon schenken. Een andere maal maakte hij dat de melk voor de chocolade niet aan den kook wou raken.
Het gebeurde meermalen dat de trekschuit naar Hoorn onderweg bleef steken. Bij ondervinding wist men dat dit door Herk kwam. Ze stuurden dan iemand naar Berkhout — dat meer dan een uur loopen was — om de hulp van Herk te vragen. Voordat de man uit Berkhout vertrok, was de schuit dan al los en ging het zoo hard als het kon, zoodat men het paard haast niet bij kon houden.
Eens moest de schuit door een brug. De jager zette het paard aan, maar het water begon zoo geweldig te stroomen, terwijl er anders nooit stroom was, dat de schuit met paard en al achteruit geduwd werd en tegen een stuk land gegooid. Men besloot naar Herk te gaan, omdat men dien ervan verdacht. Die had het land aan den schipper omdat hij zoo onbeschoft was. Toen hij Herk nu 'beleefd' verzocht hem te helpen, zei deze: "Nou dat jij mensch ben, zal ik ook mensch wezen; gaan je gang maar." De stroom hield op en het ging harder dan te voren.
Eens zat de zegsman in de trekschuit. De schipper had een nieuwe jaaglijn. En toch: op een gegeven oogenblik brak de lijn. Het touw was wel stuk, maar de uiteinden waren niet ruig; 't was net of ze met een mes waren doorgesneden. Herk was toen in de buurt.
Eens stond een poep (l) te wateren, toen de menschen naar de kerk gingen. "Dat is ook fatsoenlijk," zei Herk, "zoo te gaan staan!" "Dat gaot joe niet an," zei de poep. "Blijf dan zoo staan," zei Herk; en de poep heeft den heelen kerktijd zoo gestaan. Toen de kerk uitging, vroeg de poep: "Och, laot mi noe gaon," waarop Herk hem weer vrijliet.
Rijtuigen en paarden kon hij op den openbaren weg laten stilstaan of draven naar believen.
De dominee van Berkhout geloofde evenwel niet dat Herk de zwarte kunst verstond. Hij is bij hem op een rookje gegaan (2) en heeft bij hem gegeten. Toen heeft Herk een loopje met hem genomen. Als hij zijn pijp wou stoppen, bleef zijn arm krom staan of kon hij zijn vingers niet krom krijgen. Toen hij zou eten kon hij zijn lepel niet verder dan tot aan den mond krijgen, enz. Ten slotte was ook zijn Eerwaarde overtuigd.
1. hannekemaaier. 2. een pijp bij hem komen rooken.
Onderwerp
SINSAG 0666 - Zauberer bannt an den Ort.   
Beschrijving
Een tovenaar heeft zwarte kunst geleerd uit een toverboekje. Een zekere tovenaar is tot allerlei kunsten in staat. Op visite schept hij tot hilariteit van de aanwezigen de illusie dat de anderen dierenkoppen hebben. Hij kan zorgen dat de melk niet aan de kook raakt, of dat chocolademelk niet uitgeschonken kan worden. Ook kan hij op magische wijze de nieuwe lijn van een trekschuit doorsnijden. Een trekschuit moet onder een brug door, maar het water begint op onverklaarbare wijze zo heftig te stromen, dat schuit en paard achteruit gaan en aan de oever vast komen te liggen. Dit is het werk van een tovenaar die een hekel heeft aan de schipper. De doorgaans onbeschofte schipper moet de tovenaar beleefd om hulp komen vragen. Dan maakt de tovenaar de geweldige stroming ongedaan, en vaart de trekschuit zelfs harder dan tevoren. De tovenaar is ook in staat om rijtuigen tot staan te brengen of te laten voortdraven. Tijdens de kerkgang ergert de tovenaar zich aan een Poep die staat te plassen. De tovenaar merkt op dat het onfatsoenlijk is en de Poep reageert brutaal. Dan zet de tovenaar de Poep de hele kerkdienst lang vast. Na afloop, als de Poep erom vraagt, verlost de tovenaar hem weer uit zijn positie. Een dominee gaat op bezoek bij een tovenaar, maar gelooft niet in diens kunsten. Spoedig weet de tovenaar de dominee te overtuigen door hem steeds op magische wijze in zijn bewegingen te hinderen.
Bron
G.J. Boekenoogen 'Nederlandse sprookjes en vertelsels' in: Volkskunde 19 (1907-1908), pp. 229-231 N°121A
Commentaar
1901
vgl. CBAK0180 (= CBAK0277) + CBAK0276 (= CBAK0537) + CBAK0178 (= CBAK0575) + CBAK0179 (= CBAK0576) + CBAK0276 (= CBAK0537) + CBAK0177 (= CBAK0538) + CBAK0201 (= CBAK0539)
Zauberer bannt an den Ort
Naam Overig in Tekst
Herk O. [Ooievaar]   
Poep   
Naam Locatie in Tekst
Berkhout   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
