Hoofdtekst
Van een wonderlijken tapper.
Zooals je weet, krijgen de matrozen op een schip op bepaalde tijden een oorlam. Op zekeren dag was er wat gebeurd, waarvoor de equipage gestraft werd met inhouden van hun borrel. Toen vroeg een van de bemanning of hij het volk wat schenken mocht zonder in de kombuis te komen. Dat stond de kapitein toe. Toen haalde de man een kraantje uit zijn zak, draaide dat in den mast en tapte toen aan ieder een glaasje jenever, een bittertje, een brandewijntje of wat ze anders begeerden. Ieder was natuurlijk ten hoogste verwonderd.
Toen het schip een tijd in volle zee was, ver van het land, toen kreeg die matroos het benauwd. Hij verzocht den kapitein de valreep te laten zakken en hem er af te laten. Deze dacht dat de man gek was. Maar toen hij al benauwder werd en bleef aandringen, stond men zijn verzoek toe. Hij kwam naar beneden en wandelde op het water. Daar het schip een grooten vaart had, zag de bemanning hem al meer en meer verdwijnen. Eindelijk kon men met den verrekijker alleen zijn hoofd nog onderscheiden; maar of hij verdronken is, of eindelijk nog aan land is gekomen, dat weet ik natuurlijk niet.
Zooals je weet, krijgen de matrozen op een schip op bepaalde tijden een oorlam. Op zekeren dag was er wat gebeurd, waarvoor de equipage gestraft werd met inhouden van hun borrel. Toen vroeg een van de bemanning of hij het volk wat schenken mocht zonder in de kombuis te komen. Dat stond de kapitein toe. Toen haalde de man een kraantje uit zijn zak, draaide dat in den mast en tapte toen aan ieder een glaasje jenever, een bittertje, een brandewijntje of wat ze anders begeerden. Ieder was natuurlijk ten hoogste verwonderd.
Toen het schip een tijd in volle zee was, ver van het land, toen kreeg die matroos het benauwd. Hij verzocht den kapitein de valreep te laten zakken en hem er af te laten. Deze dacht dat de man gek was. Maar toen hij al benauwder werd en bleef aandringen, stond men zijn verzoek toe. Hij kwam naar beneden en wandelde op het water. Daar het schip een grooten vaart had, zag de bemanning hem al meer en meer verdwijnen. Eindelijk kon men met den verrekijker alleen zijn hoofd nog onderscheiden; maar of hij verdronken is, of eindelijk nog aan land is gekomen, dat weet ik natuurlijk niet.
Onderwerp
SINSAG 0687 - Der sonderbare Schankwirt.   
Beschrijving
Op een schip krijgt iedere matroos dagelijks een oorlam. Op een dag wordt er geen oorlam verstrekt als strafmaatregel. Een matroos, die kan kollen, vraagt aan de kapitein of hij de matrozen iets te drinken mocht geven zonder in de kombuis te komen. De kapitein staat dit toe. De matroos draait een kraantje in de mast en tapt voor iedere matroos wat hij wil drinken (bittertje, brandewijntje etcetera). Na een lange tijd op zee krijgt de matroos die kan kollen het benauwd. Op zijn eigen verzoek laat men de valreep zakken. De matroos stapt van boord en wandelt over het water. Vanaf het doorvarende schip ziet men de matroos steeds dieper in het water zinken. Men neemt aan dat hij verdronken is.
Bron
G.J. Boekenoogen 'Nederlandse sprookjes en vertelsels' in: Volkskunde 19 (1907-1908), p. 157 N°120
Commentaar
1901
vgl. CBAK0190
Der sonderbare Schankwirt. Matrose zapft Getränke aus dem Mast. Hexe geht über das Wasser SINSAG 0545
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
