Hoofdtekst
Van menschen die de zwarte kunst verstonden. C.
Aan den grooten weg tusschen Schipluiden en Delft stond vroeger de wijd en zijd bekende toovermolen. Nu is die er niet meer; ze hebben er een stoomgemaal voor in de plaats gezet.
Maar toen die molen er nog was gebeurde het soms als in den vroegen morgen de boeren naar de markt te Delft reden, dat plotseling hun paard niet verder wilde. Dan moesten die lui bij de oude molenaarsvrouw aankloppen en haar vragen of ze hun asjeblieft eens helpen wilde. En zoodra de oude vrouw het paard bij den teugel nam, ging het weer loopen en liep het, zonder verder oponthoud, tot Delft toe.
Een ander had een kooi met kippen op zijn wagen en op eens viel het schootje er af en het deksel open, en alle kippen vlogen de kooi uit en de molenaarswerf op. Een boer met een kooi met biggen moest op dezelfde manier zijn biggen achterna.
Eens op een tijd reed een boer van den weg af in het water en wat voor moeite men ook deed om paard en wagen uit het water te krijgen, ze konden dat met alle macht niet gedaan krijgen. Eindelijk kwam ook de oude vrouw er bij en vroeg met het gewoonste gezicht van de wereld hoe ze toch zoo tobden; ze moesten haar ook maar eens een touwtje geven, dan zou ze ook eens meetrekken. En jawel, in een ommezien stond toen heel de zaak op het droge.
Een ander raakte ook van den weg af te water, maar hij reed gewoon over het vrij breede water heen naar den overkant en kwam daar zonder letsel en heelemaal droog aan.
Zoo gebeurden er allerlei wonderlijke dingen bij den toovermolen; en als er van tooverij gesproken wordt, heeft men er nog den mond van vol.
Aan den grooten weg tusschen Schipluiden en Delft stond vroeger de wijd en zijd bekende toovermolen. Nu is die er niet meer; ze hebben er een stoomgemaal voor in de plaats gezet.
Maar toen die molen er nog was gebeurde het soms als in den vroegen morgen de boeren naar de markt te Delft reden, dat plotseling hun paard niet verder wilde. Dan moesten die lui bij de oude molenaarsvrouw aankloppen en haar vragen of ze hun asjeblieft eens helpen wilde. En zoodra de oude vrouw het paard bij den teugel nam, ging het weer loopen en liep het, zonder verder oponthoud, tot Delft toe.
Een ander had een kooi met kippen op zijn wagen en op eens viel het schootje er af en het deksel open, en alle kippen vlogen de kooi uit en de molenaarswerf op. Een boer met een kooi met biggen moest op dezelfde manier zijn biggen achterna.
Eens op een tijd reed een boer van den weg af in het water en wat voor moeite men ook deed om paard en wagen uit het water te krijgen, ze konden dat met alle macht niet gedaan krijgen. Eindelijk kwam ook de oude vrouw er bij en vroeg met het gewoonste gezicht van de wereld hoe ze toch zoo tobden; ze moesten haar ook maar eens een touwtje geven, dan zou ze ook eens meetrekken. En jawel, in een ommezien stond toen heel de zaak op het droge.
Een ander raakte ook van den weg af te water, maar hij reed gewoon over het vrij breede water heen naar den overkant en kwam daar zonder letsel en heelemaal droog aan.
Zoo gebeurden er allerlei wonderlijke dingen bij den toovermolen; en als er van tooverij gesproken wordt, heeft men er nog den mond van vol.
Onderwerp
SINSAG 0539 - Hexe bannt an den Platz
  
Beschrijving
Langs de tovermolen tussen Schipluiden en Delft kon men niet gaan zonder iets mee te maken: of de wagen bleef vaststaan, of de dieren liepen weg, of men raakte te water. Voor hulp moest men dan naar de molenaarsvrouw (duidelijk een heks).
Bron
G.J. Boekenoogen 'Nederlandse sprookjes en vertelsels' in: Volkskunde 19 (1907-1908), pp. 232-233 N°121C
Commentaar
1894
vgl. CBOEK187 (zie ook SPORDS47)
Hexe bannt an den Platz
Naam Locatie in Tekst
Schipluiden   
Delft   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
