Hoofdtekst
Die .CXIX. cluchte.
ANTHONIUS hadde een vrou getroudt die een hoere was. Syne vrienden seyden tot hem dat hi se dootslaen oft van hem jagen soude. Die keyser seyde: 'Soude ic se dootslaen, dat waer een groote grimmicheyt. Soude ic se dan van mi slaen, so moeste ic ooc haer deel geven ende dat si tot mi bracht heeft. Dat is dat ROOMSCHE RIJC.' Ende seide: 'Daer en is niet beters dan verdraghen.'
ANTHONIUS hadde een vrou getroudt die een hoere was. Syne vrienden seyden tot hem dat hi se dootslaen oft van hem jagen soude. Die keyser seyde: 'Soude ic se dootslaen, dat waer een groote grimmicheyt. Soude ic se dan van mi slaen, so moeste ic ooc haer deel geven ende dat si tot mi bracht heeft. Dat is dat ROOMSCHE RIJC.' Ende seide: 'Daer en is niet beters dan verdraghen.'
Beschrijving
Antonius had een hoer getrouwd. Zijn vrienden zeiden hem, dat hij haar moest doodslaan of wegjagen. Maar Antonius vond doodslaan te misdadig, en als hij haar zou wegjagen, dan moest hij haar ook haar deel teruggeven: het Roomse Rijk.
Bron
H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.
Commentaar
1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 207.
Naam Overig in Tekst
Anthonius   
Roomsche Rijc   
Roomse Rijk   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
