Hoofdtekst
Die .CXL. cluchte.
Daer was een edelman dye een tam hert hadde. Dat quam dick aen die tafel, met sinen schoonen hoornen, ende so gaven si hem bier ende wijn te drincken. Op een tijt hadde dat hert te veel gedroncken, dattet vrolijcker was dan 't pleech, alsoe dattet spranck ende huppelde. Ende spranck in 't hout ende blocken dattet zijn been brack. Daernae en woude 't sijn leefdaghe noch wijn, noch bier meer drincken.
Daer was een edelman dye een tam hert hadde. Dat quam dick aen die tafel, met sinen schoonen hoornen, ende so gaven si hem bier ende wijn te drincken. Op een tijt hadde dat hert te veel gedroncken, dattet vrolijcker was dan 't pleech, alsoe dattet spranck ende huppelde. Ende spranck in 't hout ende blocken dattet zijn been brack. Daernae en woude 't sijn leefdaghe noch wijn, noch bier meer drincken.
Beschrijving
Een man had een tam hert dat hij weleens bier en wijn voerde. Op een keer had het hert teveel gedronken. Het huppelde en sprong, en brak daarbij een poot. Daarna wilde het hert nooit meer wijn of bier drinken.
Bron
H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.
Commentaar
1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 240
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22